April 2026

Visie op Asset Allocatie

De financiële markten begonnen het jaar tegen een achtergrond van verhoogde geopolitieke spanningen. Ontwikkelingen in Venezuela en hernieuwde fricties in het Midden-Oosten zorgden voor volatiliteit, maar hebben onze strategische beoordeling niet gewijzigd. De economische groei blijft voldoende robuust om de bedrijfswinsten te ondersteunen, in het bijzonder in de Verenigde Staten. Wij hebben daarom geen wijzigingen aangebracht in onze assetallocatie.

 

De financiële markten stonden in maart in het teken van een scherpe herprijzing van geopolitieke risico’s. Dergelijke periodes voelen vaak uitzonderlijk, maar de geschiedenis leert dat markten zich doorgaans sneller aanpassen dan de krantenkoppen doen vermoeden. De escalatie van spanningen in het Midden-Oosten leidde tot een brede risk-off beweging over verschillende activaklassen heen en onderstreepte hoe snel het sentiment kan omslaan wanneer geopolitieke ontwikkelingen de mondiale energievoorziening beginnen te beïnvloeden. Tot dusver zijn deze ontwikkelingen vooral zichtbaar in een hogere kortetermijnvolatiliteit, maar een aanhoudende periode van verhoogde energieprijzen zou steeds zwaarder gaan wegen op de groei en het beleggingsklimaat op middellange termijn. In deze omgeving worden marktontwikkelingen in toenemende mate gedreven door de evolutie van energieprijzen en hun bredere economische implicaties.

 

Wereldwijde aandelen kenden hun zwakste maand in meerdere jaren. De MSCI All Country World Index daalde in maart met 6,2%, waardoor het rendement over het eerste kwartaal uitkwam op -2,5%. In de Verenigde Staten verloor de S&P 500 5,0% in de maand en 4,3% over het kwartaal, ondanks een sterke opleving op de laatste handelsdag, wat illustreert hoe snel markten kunnen herstellen wanneer verwachtingen van de-escalatie ontstaan. Europese aandelen stonden eveneens onder druk, met een daling van 8,4% in de eurozone, terwijl Japanse aandelen 10,6% verloren en opkomende markten 13,0% daalden. Dit weerspiegelt zowel winstnemingen in technologie als gevoeligheid voor stijgende energieprijzen. De marktdynamiek werd in de loop van de maand ook meer gedifferentieerd, doordat de brede herprijzing van geopolitieke risico’s leidde tot uiteenlopender prestaties tussen markten en minder geconcentreerd leiderschap. Een sterkere Amerikaanse dollar bood gedeeltelijke steun voor eurobeleggers.

 

Een opvallend kenmerk van de maand was de verminderde effectiviteit van traditionele diversificatie, aangezien zowel aandelen als obligaties gelijktijdig daalden. Hogere olieprijzen dreven de inflatieverwachtingen op en duwden de rentes omhoog, wat de correlaties tussen activaklassen verhoogde en de beschermende werking van vastrentende waarden verminderde. Tegelijkertijd kende goud, dat eerder profiteerde van geopolitieke onzekerheid, een correctie, wat aantoont dat traditionele veilige havens in deze omgeving geen consistente bescherming boden.

Vanuit een assetallocatieperspectief onderstreepte maart de risico’s van geconcentreerde blootstellingen aan specifieke regio’s, sectoren of thema’s. Hoewel wereldwijde aandelen nog steeds worden ondersteund door relatief veerkrachtige winstgroei en solide marges, zijn de kortetermijn vooruitzichten onzekerder geworden, wat het belang benadrukt van een gebalanceerde in plaats van een binaire benadering. Binnen aandelen blijven wij de nadruk leggen op kwaliteit, veerkracht en spreiding over regio’s, zonder op dit moment materiële verschuivingen in regionale allocaties door te voeren.

 

Ook de vastrentende markten kenden aanzienlijke volatiliteit. Staatsobligaties en investment-grade krediet stonden gedurende de maand onder druk. Amerikaanse staatsobligaties daalden met 1,7%, terwijl Europese staatsobligaties 2,6% verloren. Centrale banken hebben tot dusver een voorzichtige houding aangenomen en signaleren bereidheid om tijdelijke, door energie gedreven effecten heen te kijken, terwijl zij data-afhankelijk blijven. Met kredietspreads op historisch lage niveaus en rendementen die nog steeds robuuste groeiverwachtingen weerspiegelen, blijven obligaties een belangrijke rol spelen als bron van inkomen en stabiliteit. Daarbij ligt de nadruk op hoogwaardige obligaties en een gebalanceerde rentegevoeligheid, waardoor beleggers aantrekkelijke rendementen kunnen vastzetten en tegelijkertijd de gevoeligheid voor verdere rentebewegingen beperken. Wij handhaven daarom een neutrale allocatie met focus op kwaliteit en spreiding.

 

Grondstoffen behoorden tot de weinige segmenten die gedurende de maand steun boden. Olieprijzen stegen verder, als gevolg van de herbeoordeling van risico’s rond de mondiale energievoorziening. Goud daarentegen kende een duidelijke correctie en daalde met 11,2% in maart, hoewel het over het kwartaal nog steeds hoger noteert. Deze zwakte lijkt vooral het gevolg van een kortetermijn-herprijzing in de macro-economische omgeving, waarbij een sterkere Amerikaanse dollar, hogere olieprijzen en stijgende reële rentes de aantrekkelijkheid van niet-rentedragende activa verminderden en verwachtingen van monetair beleid versoepeling naar achteren werden geschoven. Op middellange termijn blijft de vraag van centrale banken naar verwachting structurele steun bieden, waardoor wij goud ondanks de recente volatiliteit blijven beschouwen als een strategische hedge.

 

Per saldo werd de beleggingsomgeving in maart uitdagender. De combinatie van geopolitieke spanningen, stijgende energieprijzen en verschuivende verwachtingen rond monetair beleid vormde een duidelijke tegenwind voor zowel aandelen als obligaties. Tegelijkertijd laat het herstel richting het einde van de maand zien hoe snel markten zich kunnen aanpassen zodra omstandigheden stabiliseren en hoe zij doorgaans anticiperen in plaats van wachten op bevestiging. In deze context is het belangrijk om niet emotioneel te reageren op kortetermijnontwikkelingen, terwijl men tegelijkertijd realistisch blijft over de mogelijke economische implicaties.

 

Tegen deze achtergrond hebben wij onze aandelenblootstelling teruggebracht naar een neutraal niveau en een deel van de opbrengsten geheralloceerd naar liquiditeiten, om de flexibiliteit te vergroten in een periode van verhoogde onzekerheid. Deze positionering stelt ons in staat dynamisch te reageren naarmate het vooruitzicht evolueert, met name in een omgeving waarin markten de fase zijn ingegaan met verhoogde verwachtingen en waarderingen, wat het opwaarts potentieel op korte termijn kan beperken en vraagt om een meer selectieve en gedisciplineerde aanpak.

 

In de bijlage vindt u onze Asset Allocation Update voor de maand april.

 

Visie op asset allocatie februari 2026
Jan-Willem Verhulst

Jan-Willem Verhulst

CIO

EmailEmail Jan-Willem