Visie op Asset Allocatie
Februari markeerde een verschuiving die gaande is op de financiële markten. Geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten zijn toegenomen, terwijl de wereldeconomie veerkrachtig blijft. En het leiderschap op de aandelenmarkten begint zich te verbreden, voorbij de kleine groep mega-cap‑technologiebedrijven dat de afgelopen jaren de rendementen domineerden. In deze overgangsfase bleven wereldwijde financiële markten er per saldo op vooruitgaan. De MSCI All Country World Index steeg met ongeveer 1,5%, waarmee de winst sinds het begin van het jaar op ongeveer 4% uitkomt. Rendementen liepen wel uiteen per regio en sector. In de Verenigde Staten daalde de S&P 500 met ongeveer 0,8%, als gevolg van zwakte bij verschillende mega-cap‑technologiebedrijven, terwijl de gelijkgewogen S&P 500 ongeveer 3,5% steeg - een teken van bredere marktdeelname in het rendement. Japanse aandelen sprongen eruit met winsten van bijna 10%, terwijl Europese aandelen met ongeveer 3-4% stegen. Chinese aandelen daalden met ongeveer 6%, gedrukt door hernieuwde zorgen over regelgeving in de technologiesector. Geopolitiek kwam tegen het einde van de maand opnieuw centraal te staan toen de spanningen tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran sterk opliepen. Militaire aanvallen en vergeldingsacties verhoogden het risico op een bredere regionale confrontatie en deden opnieuw zorgen ontstaan over de energievoorziening uit de Golfregio. Met name de Straat van Hormuz, waar ongeveer een vijfde van de wereldwijde olie‑export doorheen gaat. Markten reageerden met hogere olieprijzen en een sterke vraag naar veilige havens zoals goud. Goud is sinds het begin van het jaar met ongeveer 20% gestegen. Voor financiële markten loopt het belangrijkste transmissiekanaal van geopolitieke schokken doorgaans via energieprijzen, gevolgd door verschuivingen in inflatieverwachtingen en risicosentiment. Ons basisscenario gaat uit van een periode van escalatie gevolgd door de-escalatie, waarbij de economische impact grotendeels beperkt blijft tot tijdelijk hogere energieprijzen en kortstondige marktvolatiliteit. Historisch gezien hebben geopolitieke schokken slechts tijdelijke effecten op markten, tenzij ze leiden tot langdurige verstoringen van de energievoorziening. Een langdurige stijging van de olieprijzen is vooral van belang bij inflatieverwachtingen en daarmee de invloed op het beleid van centrale banken, en minder via een onmiddellijke vertraging van de wereldwijde groei. De wereldeconomie blijft veerkrachtig en de huidige olieprijsniveaus lijken beheersbaar. Daarom verandert de escalatie onze bredere beleggingsvisie niet. Tegen deze achtergrond blijft het macro-economische klimaat over het algemeen ondersteunend voor financiële markten. De economische activiteit in de VS blijft veerkrachtig, hoewel recente arbeidsmarktcijfers erop wijzen dat het banengroei-tempo matigt. De arbeidsmarkt lijkt over te gaan naar een fase van “weinig werven, weinig ontslaan” in plaats van een scherpe verslechtering. De inflatie blijft geleidelijk afnemen, al is het tempo iets vertraagd. Financiële markten verwachten dat het monetaire beleid van centrale banken in de loop van het jaar minder restrictief wordt, met 50 tot 60 basispunten aan renteverlagingen die momenteel zijn ingeprijsd voor 2026. In Europa zijn er voorzichtige tekenen van verbetering na een langdurige periode van zwakte, gesteund door stabiliserende industriële activiteit. Ondertussen profiteren delen van Azië nog steeds van sterke productie- en investeringsdynamiek, gekoppeld aan wereldwijde vraag naar technologie en halfgeleiders. Binnen aandelenmarkten dragen steeds meer bedrijven uit verschillende sectoren bij aan het rendement. Dat is de meest opvallende ontwikkeling. Deze verandering weerspiegelt een meer genuanceerde fase van de investeringscyclus rond kunstmatige intelligentie. Na sterk enthousiasme rond AI‑infrastructuur en halfgeleiders richten beleggers zich meer op de houdbaarheid van kapitaaluitgaven en de concurrentieverhoudingen binnen de technologiesector. Snelle vooruitgang in zelf handelende AI-tools (agents) heeft ook vragen opgeroepen over de langetermijn‑businessmodellen van sommige traditionele softwarebedrijven. Dit heeft waarderingen in delen van de technologiesector gematigd en rotatie gestimuleerd naar cyclische sectoren zoals industrie, energie en materialen. Vanuit assetallocatieperspectief handhaven we een overwogen positie in aandelen, terwijl we de regionale blootstelling geleidelijk verbreden. De Verenigde Staten blijven gesteund door solide groei en winstontwikkeling, terwijl verbeterende vooruitzichten in Europa en sterkere winstgroei in Japan en opkomende markten een meer evenwichtige regionale allocatie ondersteunen. Ook de vastrentende markten leverden positieve rendementen op, rendementen op staatsobligaties daalden licht door vlucht‑naar‑veiligheid‑kapitaalstromen en verwachtingen over toekomstige monetaire versoepeling. Amerikaanse staatsobligaties stegen met ongeveer 1,8%, terwijl Europese staatsobligaties ongeveer 1,1% wonnen. De kredietmarkten bleven over het algemeen stabiel. Vooruitkijkend blijven we voorzichtig over staatsobligaties, omdat de huidige rendementsniveaus niet goed lijken aan te sluiten bij de veerkrachtige groei en nog steeds hardnekkige inflatie. Binnen vastrentende waarden geven we daarom de voorkeur aan bedrijfsobligaties boven staatsobligaties, vooral in de eurozone waar de kredietfundamentals solide blijven. Grondstoffen behoorden tot de best presterende activaklassen van de maand. Goud steeg scherp naarmate de geopolitieke spanningen toenamen, terwijl olieprijzen opliepen door aanbodverstoringen en verhoogde risico’s in het Midden-Oosten. Structurele vraag‑aanbod dynamiek in metalen, die verband houden met elektrificatie, energie‑infrastructuur en kunstmatige intelligentie, blijft ondersteunend voor de bredere groep grondstoffen. Al met al blijft het beleggingsklimaat ondersteunend, hoewel de escalatie in het Midden-Oosten een belangrijk geopolitiek risico introduceert, vooral via mogelijke verstoringen op energiemarkten. Tegelijkertijd suggereert de geleidelijke verbreding van het leiderschap op de aandelenmarkten dat de rally minder afhankelijk wordt van een kleine groep technologiebedrijven en steeds meer wordt gedragen door een breder scala aan sectoren en regio’s. Tegen deze achtergrond blijven we de voorkeur geven aan aandelen boven obligaties, terwijl we brede diversificatie over regio’s en activaklassen handhaven, met kwalitatief hoogwaardige vastrentende waarden en activa zoals goud die helpen de veerkracht van portefeuilles te versterken. In de bijlage vindt u onze Asset Allocation Update voor de maand maart.