Visie op Asset Allocatie
De maand april laat zich het best samenvatten als een paradox: aandelenmarkten bereikten nieuwe hoogtepunten, terwijl de belangrijkste risicofactor voor de wereldeconomie, de energietoevoer, juist verder onder druk kwam te staan. Het staakt-het-vuren in het Midden-Oosten gaf beleggers vertrouwen, maar de gesloten Straat van Hormuz hield de dreiging van verstoringen in de olievoorzieningen nadrukkelijk aanwezig. Die spanning tussen optimisme en kwetsbaarheid bepaalt het huidige beleggingsklimaat. Op aandelenmarkten werd naar de positieve kant van dit verhaal gekeken. Wereldwijd (MSCI AC) steeg de index 10%, waarbij de Verenigde Staten (S&P 500) met 10,5% opnieuw de toon zetten. Opkomende markten (MSCI EM) presteerden nog sterker, 14,5%, terwijl de eurozone (Euro Stoxx 50) bleef steken op 4,8% en het Verenigd Koninkrijk op slechts 2%. Deze verschillen zijn geen toeval, maar weerspiegelen structurele verschillen in economische groei en afhankelijkheid van energie. De Amerikaanse economie profiteert van sterke bedrijfsinvesteringen en winstgroei, terwijl Europa gevoeliger is voor hogere energieprijzen. Opvallend is dat de sterke stijging van aandelen plaatsvond terwijl de olieprijs hoog bleef en de geopolitieke situatie fragiel blijft. Dat suggereert dat beleggers vooruitlopen op een oplossing en een snel herstel van de energieleveranties. Tegelijkertijd ligt daar de kwetsbaarheid: als dat scenario niet uitkomt, staan zowel de economische groei als de winstverwachtingen onder druk. In dat licht is het niet het optimisme zelf dat bepalend is, maar de mate waarin dat optimisme al in de koersen is verwerkt. De macro-economische omgeving versterkt deze spanning. In de Verenigde Staten groeide de economie met 0,5% op kwartaalbasis, terwijl de eurozone bleef steken op 0,1%. Dat verschil wordt deels verklaard door sterke investeringen in de Amerikaanse economie, terwijl Europa vooral leunt op een minder dynamische dienstensector. Inflatie blijft een centrale rol spelen. In de eurozone bedraagt de inflatie 3,0%, boven de doelstelling van centrale banken. Dit creëert een klassiek dilemma: hogere energieprijzen vragen om een restrictiever monetair beleid, terwijl zwakke groei juist ruimte vraagt voor stimulering. Centrale banken kiezen voorlopig voor voorzichtigheid en houden de rente ongewijzigd, maar de ruimte om te versoepelen is beperkt. Hierdoor ontstaat een omgeving waarin financiële markten kwetsbaar blijven voor tegenvallende inflatiecijfers of onverwachte beleidswijzigingen. Deze achtergrond verklaart ook de ontwikkelingen op obligatiemarkten. De 10-jaarsrente liep op naar 4,39% in de VS en 3,03% in Duitsland. Dat rentes stijgen ondanks geopolitieke onzekerheid is veelzeggend: inflatie weegt momenteel zwaarder dan de behoefte aan veilige havens. Voor beleggers betekent dit dat staatsobligaties minder bescherming bieden tegen schokken, omdat stijgende rentes de waarde van bestaande obligaties onder druk zetten. Binnen bedrijfsobligaties daalden de risico-opslagen weer, waardoor spreads terugkeerden naar relatief lage niveaus. Dat wijst op vertrouwen in de kredietwaardigheid van bedrijven, maar tegelijkertijd op een beperkte vergoeding voor het gelopen risico. Deze combinatie maakt duidelijk dat obligatiemarkten zich in een ongemakkelijke positie bevinden: fundamentals zijn nog solide, maar de prijs die beleggers betalen voor veiligheid en rendement is relatief hoog. Dit verklaart waarom voorzichtigheid hier op zijn plaats blijft. De grondstoffenmarkten laten het meest directe effect van geopolitiek zien. De olieprijs bewoog extreem en bereikte niveaus boven 120 dollar, om uiteindelijk rond 114 dollar per vat te eindigen. Deze beweging weerspiegelt niet alleen onzekerheid, maar ook het belang van de Straat van Hormuz voor de mondiale energievoorziening. Opvallend is dat de goudprijs relatief stabiel bleef rond 4.600 dollar per troy ounce. Hoewel goud traditioneel fungeert als veilige haven, werd dit effect geneutraliseerd door stijgende rentes, die het aanhouden van goud minder aantrekkelijk maken. Voor grondstoffen betekent dit dat het beeld niet eenduidig is: energieprijzen blijven afhankelijk van geopolitieke ontwikkelingen, terwijl andere factoren die traditionele rol van goud beperken. Onze koers is een balans tussen optimisme en voorzichtigheid. Financiële markten lijken erop te rekenen dat de onrust snel voorbij is. Wij zijn echter voorzichtiger: de economie heeft tijd nodig om zich aan te passen aan de hoge energiekosten en de hardnekkige inflatie. Omdat beurskoersen al flink zijn gestegen, is er weinig ruimte voor tegenvallers. Als de rente hoog blijft of de economie afremt, kunnen de huidige winstverwachtingen van bedrijven te rooskleurig blijken. Wij houden vinger aan de pols en brengen geen extra accenten aan in de verhouding tussen aandelen en obligaties. We zoeken dus niet bewust de risico's op, maar blijven wel breed belegd. In de bijlage vindt u onze Asset Allocation Update voor de maand mei.