Van Lanschot Kempen Logo
23 september 2024

Belegger volgt met argusogen economie in VS en Europa

 

Financiële markten

  • Europa is niet te vergelijken met de Verenigde Staten. En dan hebben wij het niet alleen over de verschillen in het economische groeidynamiek of de achterstand in productiviteit, waar het rapport van Mario Draghi twee weken geleden uitvoerig op inging. Ook het monetaire beleid verschilt. Hoewel aan beide zijden van de oceaan het neerwaartse rentepad is ingezet, gebeurt dat in Europa net iets terughoudender. De Federal Reserve begon met een renteverlaging van 50 basispunten, terwijl de Bank of England en de Noorse centrale bank hun beleidstarief ongewijzigd lieten. Daarvoor had de ECB gekozen voor een voorzichtiger renteverlaging van 25 basispunten.

 

  • Hoewel de Europese inflatie wel afneemt, lijkt de prijsdruk hier echter hardnekkiger dan in de VS. De gemiddelde prijsstijging in de dienstensectoren van de eurozone ligt nog steeds boven de 4%. In het VK bedraagt de kerninflatie momenteel 3,6%, tegenover 2,6% in de VS volgens de PCE-index, die de persoonlijke consumptie meet.

 

  • Deze ontwikkelingen zijn merkbaar op de valutamarkten. De dollar bereikte de afgelopen dagen zijn zwakste punt tegenover de euro sinds de zomer van 2023.

 

  • De Amerikaanse financiële markten reageerden positief op de rentebeslissing van de Fed, de S&P 500 sloot de week 1,4% hoger af. Het vermoeden bij beleggers dat de centrale bankiers zich mogelijk meer zorgen maakten over de economie dan ze eerder hadden toegegeven en daarom forse maatregelen troffen, kwam even boven drijven. Deze gedachte verdween echter snel naar de achtergrond, althans in de Verenigde Staten. In Europa moest de Europe Stoxx 600 uiteindelijk 0,3% prijsgeven.  Beleggers bekijken de Europese economie met wat meer argwaan.

 

  • Op de obligatiemarkten stegen zowel de Europese (Duitse) als de Amerikaanse tienjaarsrente licht. Dit was een reactie op Powell’s boodschap dat toekomstige renteverlagingen waarschijnlijk met de traditionele stappen van 25 basispunten zullen plaatsvinden.

 

  • De ontwikkeling van de aandelenmarkten in de komende weken hangt voornamelijk af van hoe de Amerikaanse economie zich verder ontwikkelt. De centrale bankiers zélf zijn daar tamelijk optimistisch over. Zij verwachten de komende kwartalen een stabiele groei van ongeveer twee procent. Als dit scenario uitkomt, kan dit worden gezien als een ‘zachte landing’ en kan de aandelenrally zich voortzetten. Stelt de economie daarentegen teleur, dan zullen aandelen waarschijnlijk hetzelfde doen, zelfs ondanks de monetaire versoepelingen.

 

  • Tot nu toe is de kans op een zachte landing groot. Een voorbeeld hiervan zijn de kleinhandelsverkopen en de industriële productie over de maand augustus. Beide cijfers waren afgelopen week beter dan verwacht. De echte test zal echter de Amerikaanse arbeidsmarkt zijn. Dat benadrukte Powell ook meerdere keren tijdens zijn persconferentie na het rentebesluit. Voorlopig is de arbeidsmarkt nog krap genoeg om het afnemende aantal nieuwe vacatures op te vangen. In absolute termen liggen de vacatures nog steeds op het niveau van voor de pandemie. Daarnaast blijft het aantal nieuwe aanvragen voor werkloosheidsuitkeringen laag.

 

  • Fed-bestuurders verwachten dat de werkloosheid de komende maanden slechts marginaal zal toenemen, van de huidige 4,2% naar 4,4%. Per saldo lijkt de Amerikaanse arbeidsmarkt, en daarmee de economie, op weg naar normalisering in plaats van ontsporing.

 

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

 

Verenigde Staten

  • Deze week zal de macro-economische agenda uit de VS deze verwachting waarschijnlijk bevestigen. De aandacht is vooral gericht op de PCE-inflatiecijfers voor augustus. De CPI-inflatie, een andere belangrijke prijsindicator, viel eerder wat tegen. Hierdoor gingen we ten onrechte uit van een renteverlaging door de Fed van slechts 25 basispunten. Onderliggend waren het echter vooral de woonkosten die voor die kleine tegenvaller zorgden. Andere  prijscomponenten, die voor de PCE een groter belang hebben, deden het veel beter. Daarom verwachten wij dat de nieuwe cijfers van vrijdag het beeld van een zachte landing niet zal doen wankelen.

 

  • Zo’n zachte landing impliceert uiteraard ook aanhoudende economische groei. Daarom is er ook bijzondere aandacht voor de globale persoonlijke inkomens en bestedingen van afgelopen maand, die net als de PCE-cijfers vrijdag worden gepubliceerd.

 

  • Wij hebben al gewezen op de solide kleinhandelsverkopen. Dit wijst erop dat de consument blijft uitgeven. Desalniettemin zijn er enkele zorgen over de lage spaarquote. De gemiddelde Amerikaan spaart slechts 2,9% van zijn inkomen. Dit suggereert dat er weinig ruimte is om de uitgaven te verhogen of tegenvallers op te vangen.

 

  • Hoewel we dit risico niet willen bagatelliseren, moeten we het wel nuanceren. In het verleden bleek het vaak moeilijk om de spaarquote nauwkeurig in te schatten. Dit leidde vaak tot aanzienlijke (opwaartse) herzieningen achteraf. Daarnaast is er een groot vermogenseffect door de gestegen beurskoersen en woningprijzen. De woningprijzen zijn relatief immuun gebleken voor de gestegen rente. Ook de VS heeft te maken met een woningtekort en veel hypotheken hebben een vaste rente. Daardoor bleef de impact van de monetaire verstrakking beperkt. In de VS heeft het vermogenseffect traditioneel een veel grotere invloed op de uitgaven dan in Europa.

 

  • Verder staan de PMI-aankoopmanagersindices op de Amerikaanse agenda. Door de sterke consument verwachten we dat de dienstensector ruim in de groeizone blijft. De industrie heeft weliswaar wat moeilijker, maar ook hier zien wij enkele positieve signalen.

 

Eurozone

  • In de eurozone zijn dergelijke lichtpuntjes zeldzamer. Een treffend voorbeeld hiervan is het aanhoudende slechte nieuws uit de Duitse autosector. Dit legt opnieuw de grotere uitdagingen voor de Duitse en Europese industrie bloot. In de komende dagen zullen de PMI’s, de Duitse IFO-indicator en de Economic Sentiment Index van de Europese Commissie dit beeld bevestigen. De dienstensector presteert daarentegen behoorlijk goed.

 

  • Een mogelijke aanjager van economische groei is de kredietverlening. Al in juli bleek de vraag naar krediet bij huishoudens weer toe te nemen. Als deze trend aanhoudt, kan dit, samen met de geleidelijk herstelde koopkracht, de Europese groei stimuleren. Let echter op het voorzichtige gebruik van de term ‘duwtje’.

 

  • In juli bleek al dat de kredietvraag van huishoudens weer aan het toenemen was. Indien deze trend doorzet, kan dit, in combinatie met het geleidelijk herstel van de koopkracht, de Europese groei een duwtje in de rug geven. Maar let hierbij op het bewuste gebruik van het verkleinwoord.

 

Van 23 september tot en met 27 september

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Maandag

Eurozone

PMI Manufacturing (flash)

Sep

45,6

 

 

PMI Services  (flash)

Sep

53,0

 

VS

PMI Manufacturing (flash)

Sep

48,0

 

 

PMI Services (flash)

Sep

54,0

Dinsdag

Duitsland

IFO-indicator

Sep

86,3

Donderdag

Eurozone

Kredieten huishoudens YoY

Aug

0,4%

 

 

Kredieten bedrijven YoY

Aug

0,7%

 

VS

Orders duurzame goederen MoM

Aug

-2,2%

Vrijdag

Eurozone

Economic Sentiment Index

Sep

96,0

 

VS

PCE-inflatie MoM

Aug

0,2%

 

 

PCE kern-inflatie MoM

AUg

0,2%

 

 

Persoonlijke bestedingen MoM

Aug

0,3%

 

 

Persoonlijke inkomens MoM

Aug

0,4%