Nu Institutioneel: De beschermingsboom bij de WTP
Vijf vragen over bescherming van de invaardekkingsgraad
De overgang naar de Wet toekomst pensioenen (WTP) is voor pensioenfondsen een bijzonder moment en dit is niet alleen omdat het oude contract wordt verlaten. Ook is de financiële positie op de invaardatum bepalend voor de startpositie van deelnemers in het nieuwe stelsel, terwijl het beleggingsbeleid van iedere deelnemer in meer of mindere mate wijzigt op dit specifieke moment. Juist rond dat moment kunnen marktschommelingen een grote impact hebben. Om deze risico’s beheersbaar en uitlegbaar te houden, maken steeds meer fondsen gebruik van een beschermingsboom. Vijf vragen aan Wilse Graveland over dit instrument en de rol van bescherming richting invaren.
Wat is de beschermingsboom en waarom is deze relevant?
De beschermingsboom is een praktisch beslismodel dat pensioenbesturen helpt bij één centrale vraag: lopen we richting invaren het risico dat onze invaardekkingsgraad door marktbewegingen te hard daalt? Het doel van de beschermingsmaatregel is tweeledig. Enerzijds wil een fonds soepel kunnen invaren binnen de bandbreedtes van het huidige beleggingsbeleid en het nieuwe beleggingsbeleid die in het transitieplan zijn afgesproken, inclusief het kunnen vullen van gewenste reserves. Anderzijds wil het bestuur uiteraard teleurstelling bij deelnemers beperken als de ‘invaarbonus’ lager uitvalt dan verwacht.
De beschermingsboom helpt om deze afweging gestructureerd te maken. Het is geen instrument om de markt te voorspellen of rendement te sturen, maar een manier om de juiste afweging te maken voor een uniek moment. Continuïteit, uitlegbaarheid en evenwichtigheid tussen generaties staan daarbij centraal.
Welk risico wordt beschermd en waarom ligt de focus op aandelen?
De dekkingsgraad kan worden beïnvloed door verschillende risico’s, waaronder rente- en aandelenbewegingen. In de praktijk is het renterisico bij veel pensioenfondsen al sterk beperkt door een hoge renteafdekking. Daardoor verschuift de aandacht richting het aandelenrisico: een forse daling van de rendementsportefeuille kan in korte tijd een zichtbaar effect hebben op de dekkingsgraad.
De beschermingsboom richt zich daarom vooral op de vraag of het verstandig is om dit aandelenrisico tijdelijk te dempen in de periode vlak voor invaren zonder dat dit ten koste gaat van de langetermijndoelstelling en het beleggingsbeleid. Niet om normale marktbewegingen af te dekken, maar om grote tegenvallers op korte termijn te beperken die precies op het verkeerde moment kunnen optreden.
Hoe werkt bescherming in de praktijk: de putoptie als kerninstrument?
Wanneer uit de beschermingsboom volgt dat bescherming wenselijk is, komt in de praktijk vooral één instrument naar voren: de putoptie op aandelen. Voor bestuurders helpt het om dit instrument te zien als een verzekering tegen zwaar financieel weer rond het invaarmoment zonder dat dit ten koste gaat van de lange termijn.
Een putoptie geeft het pensioenfonds het recht om aandelen te verkopen tegen een vooraf afgesproken prijs, gedurende een bepaalde periode. Als de aandelenmarkt fors daalt, krijgt de optie waarde en compenseert zij (een deel van) het verlies op de portefeuille. Blijft de markt stabiel of stijgt deze, dan profiteert het fonds gewoon van het rendement en vervalt de optie, net zoals een verzekering die niet hoeft uit te keren.
Belangrijk is dat een putoptie het opwaarts rendement intact laat. Dat is precies de reden waarom pensioenfondsen doorgaans de voorkeur geven aan dit niet-lineaire instrument boven alternatieven zoals futures of swaps, die het rendement zowel naar beneden als naar boven afvlakken. Vanuit evenwichtigheid, met name richting jongere deelnemers, wordt het vooraf opgeven van opwaarts potentieel als minder passend gezien.
Vaak wordt gekozen voor een 10% out-of-the-money putoptie. Dit betekent dat de bescherming pas in werking treedt bij grotere dalingen; de eerste 10% daling is voor eigen rekening. Juist deze variant sluit goed aan bij het doel van de beschermingsmaatregel: het afdekken van uitzonderlijke tegenvallers rond invaren, tegen relatief beperkte kosten. Deze kosten zijn overigens wel sterk afhankelijk van het moment van aankoop, zeker in de context van de huidige geopolitieke spanningen.
In de praktijk kiezen pensioenfondsen niet allemaal voor dezelfde beschermingsconstructie. Afhankelijk van de financiële positie, de timing van invaren en de kostenafweging worden verschillende derivaatoplossingen ingezet. Van Lanschot Kempen adviseert hierbij fondsspecifiek en vanuit meerdere mogelijke beschermingsroutes, waarbij de putoptie vaak, maar niet altijd, de meest passende oplossing is.
De beschermingsboom helpt bestuurders om in een aantal logische ja/nee stappen te bepalen of bescherming van de invaardekkingsgraad nodig is. Hieronder een voorbeeld.
Wanneer beslist het bestuur en hoe wordt dit ingebed in de governance?
De beschermingsboom brengt besluitvorming terug tot een logische volgorde. Het bestuur kijkt eerst naar de huidige dekkingsgraad en de minimaal gewenste invaardekkingsgraad. Vervolgens wordt doorgerekend wat er gebeurt bij een forse, maar realistische marktschok, bijvoorbeeld een sterke daling van aandelen in combinatie met een beperkte rentedaling. Als uit deze analyse blijkt dat de invaardekkingsgraad onder druk komt te staan, kan bescherming in beeld komen.
De timing is daarbij cruciaal. De afweging om bescherming in te zetten vindt doorgaans plaats zodra er voldoende vertrouwen is in de invaardatum, vaak zes tot twaalf maanden vooraf. Ongeveer drie maanden voor invaren wordt opnieuw beoordeeld of de gekozen bescherming nog aansluit bij de dekkingsgraad die wordt gebruikt voor de communicatie richting deelnemers.
Beleidsmatig is het belangrijk te benadrukken dat het inzetten van een putoptie geen strategische beleidswijziging is. Het gaat om kortetermijnrisicobeheer rondom een unieke overgang. Het bestuur neemt het besluit, bespreekt dit vooraf met het belanghebbendenorgaan (BO) en informeert stakeholders passend. Omdat het geen structurele wijziging van het beleggingsbeleid betreft is formele instemming doorgaans niet vereist, maar transparantie en zorgvuldige afstemming blijven essentieel.
Wat kost bescherming en wat levert het op?
Aan bescherming zijn kosten verbonden, in de vorm van een optiepremie die ten laste komt van de dekkingsgraad. De hoogte van deze premie hangt af van de marktomstandigheden, de looptijd en de gekozen variant. Bestuurders moeten deze kosten afwegen tegen het risico dat zij willen afdekken.
Hier helpt de zogeheten spijtanalyse. Zonder bescherming loopt het fonds volledig mee met marktbewegingen: bij een forse daling vlak voor invaren kan de financiële positie precies op het verkeerde moment verslechteren. Met bescherming ontstaat een ander beeld. Als de markt stijgt, is de premie de prijs voor zekerheid. Als de markt stabiel blijft, is er voor deelnemers meer zekerheid gekocht in een kritieke periode. En als de markt fors daalt, doet de putoptie waarvoor zij bedoeld is: het neerwaartse risico wordt beperkt en de transitie blijft beheersbaar en uitlegbaar.
Samenvattend: van complex vraagstuk naar heldere besluitroute
De beschermingsboom helpt pensioenbesturen om een complex vraagstuk terug te brengen tot een overzichtelijke en uitlegbare besluitroute. Door gestructureerd te kijken naar risico’s, timing en instrumentkeuze ontstaat een weloverwogen aanpak voor bescherming van de invaardekkingsgraad. De putoptie speelt daarin een centrale rol omdat zij bescherming biedt tegen grote tegenvallers, terwijl het opwaarts rendement behouden blijft. Tegen betaling van een premie is er voor deelnemers meer zekerheid gekocht rond een uniek moment in de transitie. En juist die zekerheid en uitlegbaarheid zijn cruciaal voor een evenwichtige overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
Meer lezen? Mocht u een login hebben dan verwijzen wij u graag nog naar het artikel in PensioenPro: Wat als de beurs crasht, halverwege de Wtp-transitie? | Pensioen Pro
De auteur
Kom in gesprek met experts in uw markt
Van Lanschot Kempen Investment Management NV heeft een vergunning als beheerder van diverse ICBE’s en ABI’s en is bevoegd om beleggingsdiensten te verlenen en staat als zodanig onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten. Dit document dient slechts ter informatie. De inhoud is niet bedoeld als beleggingsadvies, biedt onvoldoende informatie om een beleggingsbeslissing te kunnen nemen en dient ook niet te worden beschouwd als een aanbod of als een uitnodiging om enige van de hierin genoemde financiële instrumenten te kopen of te verkopen.
Beleggen brengt risico's met zich mee, u kunt uw inleg verliezen. De waarde van uw beleggingen is mede afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markten. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.