Een woning kopen is een van de belangrijkste financiële beslissingen in uw leven. U moet allerlei beslissingen nemen zoals: breng ik eigen geld in of neem ik een volledige hypotheek, is een aflossingsvrije hypotheek verstandig of los ik toch af, hoe lang zet ik de rente vast, etc. En als u samen met uw partner een huis koopt wordt het pas echt complex, zeker als een van de partners al eerder een eigen woning heeft gehad.
Ik beschrijf een voorbeeld om die problematiek duidelijk te maken.
Volgens de toenmalige staatssecretaris van Financiën (Menno Snel) is deze aftrekbeperking een onbedoeld gevolg van de wetgeving. In 2018 heeft hij een goedkeurend besluit uitgevaardigd waarmee deze aftrekbeperkingen zoveel mogelijk gerepareerd worden. Het besluit leidt in de meeste gevallen ook inderdaad tot meer recht voor partners op renteaftrek in box 1. Er is echter wel een aantal voorwaarden gesteld. Een van de voorwaarden is dat het eigenwoningverleden van beide partners 50/50 verdeeld moet worden. Dat is een onherroepelijke keuze, ook als de partners op enig moment uit elkaar gaan. Voor de partner zonder eigenwoningverleden kan dat ongunstig uitwerken.
Per 2022 is dit Snel-besluit in aangepaste vorm in de wet opgenomen. Een belangrijk verschil met het besluit is dat niet langer alle aspecten van het eigenwoningverleden met de partner gedeeld moeten worden, maar voor sommige onderdelen bestaat nu een keuze en voor andere regelingen een verplichting.
Hoe kunt u dit nu voorkomen? Daarvoor kunt u een zogenoemde draagplichtovereenkomst opmaken. Dat kan in een notariële samenlevingsovereenkomst, maar u kunt het ook in een onderhandse overeenkomst regelen. Daarin spreekt u af wie voor welk deel van de hypotheek aansprakelijk is. Naar de bank toe blijft ieder hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel, maar in de onderlinge verhouding wijkt u daar vanaf.
In het voorbeeld van Chris en Charlotte moeten zij dan afspreken dat Chris aansprakelijk is voor € 200.000 met een looptijd van 23 jaar, en Charlotte voor Є 100.000 met een looptijd van 23 jaar en € 200.000 met een looptijd van 30 jaar. Daarmee hoeven ze zich niet op de wettelijke regeling te beroepen om de hele hypotheekrente aftrekbaar te maken. Bovendien vindt er geen overheveling plaats van het eigenwoningverleden van Chris naar Charlotte.
De eigenwoningregeling is door de jaren heen zo complex geworden, dat deskundig advies door een hypotheekadviseur en/of fiscalist bijna onontbeerlijk is. Uiteraard denkt uw private banker ook graag met u mee.