26 mei 2026
Financiële markten rekenen op ontspanning in het Midden-Oosten
Financiële markten
- Hoopgevende signalen uit het Midden-Oosten zorgden voor een goede start van de week op de financiële markten. Aandelen stegen en ook op de obligatiemarkten was de ontspanning zichtbaar: de (lange) rentes daalden.
- De langetermijnrentes waren eerder nog verder opgelopen. In de VS steeg de tienjaarsrente vorige week tot 4,7%, het hoogste niveau sinds 2007. In Duitsland bereikte de tienjaarsrente met 3,2% het hoogste punt sinds 2011. Zelfs in Japan, dat jarenlang kampte met deflatie, moeten wij terug naar 1996 om een tienjaarsrente van 2,75% terug te vinden.
- Niet alleen de opgelopen inflatie en de gewijzigde verwachtingen over het rentebeleid van centrale banken lagen hieraan ten grondslag. Ook hogere inflatieverwachtingen en vooral de grotere onzekerheid daarover gaven de rente een extra zet omhoog. In vaktaal: de termijnpremie nam toe.
- Als de energieprijzen kunnen dalen of stabiliseren, zou het grootste deel van de rentestijging achter de rug moeten zijn. Dat hangt uiteraard af van het verdere verloop van de situatie in het Midden-Oosten.
- Wat de centrale banken betreft, rekenen markten er nu op dat de Federal Reserve (Fed) het beleidstarief eind dit jaar verhoogt. Uit de notulen van de recentste beleidsvergadering bleek in ieder geval dat veel bestuurders voorstander zijn van een strenger monetair beleid.
- Bij de Europese Centrale Bank (ECB) is de kans groot dat er in juni een renteverhoging komt. Toch zou dit vooral een voorzorgsmaatregel zijn, en niet meteen het begin van een opwaartse rentecyclus zoals in 2022/23.
- Destijds was er sprake van een perfecte storm van samenvallende factoren. De economie ging weer open, waardoor consumenten hun tijdens de pandemie opgebouwde spaargeld massaal uitgaven. Daarbovenop kwamen de nasleep van de verstoringen in de aanvoerketens, een krappe arbeidsmarkt, een extreem lage beleidsrente die de inflatie verder aanwakkerde én, als klap op de inflatoire vuurpijl, de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne. Nu is er ‘alleen’ de externe schok van de energieprijzen. Die duwt de inflatieverwachtingen weliswaar omhoog, maar vooral voor de korte termijn. Voor verwachtingen over een horizon van bijvoorbeeld vijf jaar geldt dat veel minder.
- Cruciaal is het toekomstige verloop van de lonen. Centrale bankiers kijken hier vooral naar om in te schatten hoe streng zij het monetaire beleid moeten maken. Vooralsnog zijn er weinig signalen van aantrekkende loondruk.
- Zolang de rust op dit front aanhoudt, kan het bij een beperkt aantal opwaartse monetaire ingrepen blijven. Tegelijkertijd moeten wij hieraan toevoegen dat het nog te vroeg is om definitief te concluderen dat de loonkosten onder controle zullen blijven. Zo staan er in de tweede jaarhelft in Duitsland belangrijke cao-onderhandelingen op de agenda.
- Hoe dan ook, zelfs áls de loondruk op enig moment zou toenemen, hebben ondernemingen wellicht weinig ruimte om die door te rekenen in hogere prijzen. Het economische momentum in de eurozone is immers matig. Zwakke PMI-aankoopmanagersindices en een aanhoudend dalend consumentenvertrouwen illustreerden dat afgelopen week nogmaals.
- Tot slot kregen aandelenmarkten de voorbije dagen steun van technologiebedrijven. De kwartaalcijfers van Nvidia lieten opnieuw zien dat de economische impuls door de uitbouw van AI-infrastructuur aanhoudt en naar verwachting nog geruime tijd zal blijven bestaan.
Macro-economische ontwikkelingen
De (verwachte) cijfers
Verenigde Staten
- Belangrijkste punt op de macro-agenda van deze week zijn de Amerikaanse PCE-inflatiecijfers over april.
- Het geleidelijk wegebben van het opwaartse prijseffect van de Amerikaanse invoerheffingen zal de PCE-barometer de komende maanden temperen. Daartegenover staan natuurlijk de opgelopen energieprijzen en de afgeleide effecten daarvan, die geleidelijk kunnen doorwerken.
- De prijsdruk in de VS is in ieder geval te hoog om de kersverse Fed-voorzitter Warsh zijn collega’s richting een lagere beleidsrente te laten bewegen.
- Die inflatoire druk zal wellicht ook hebben gewogen op de totale persoonlijke bestedingen in april. Die cijfers staan donderdag op de agenda.
Eurozone
- Voor de eurozone vermelden wij de Economic Sentiment Indicator voor mei. Die zal het matige economische momentum waarschijnlijk bevestigen.
Belangrijke macro-economische publicaties
Van 25 mei tot en met 29 mei
| Publicatiedag | Regio | Publicatie van | Periode | Consensus |
| Donderdag | Eurozone | Economic Sentiment | Mei | 92,5 |
| VS | PCE-inflatie MoM | Apr | 0,5% | |
| PCE kern-inflatie MoM | Apr | 0,3% | ||
| Persoonlijke bestedingen MoM | Apr | 0,5% | ||
| Persoonlijke inkomens MoM | Apr | 0,4% | ||
| BBP QoQ (geannualiseerd, 2de schatting) | 1Q26 | 2,0% |