29 juni 2026

Economische cijfers bieden steun, kwartaalcijfers moeten overtuigen

Financiële markten

  • Afgelopen week was het beweeglijk op de aandelenmarkten. Vooral de technologiesector zorgde voor tegenwind. Her en der doken opnieuw vragen op over de houdbaarheid van de AI-gerelateerde investeringsgolf. Daarnaast herinnerden beleggers zich de strenge woorden van Fed-voorzitter Warsh. Hij hamert al enige tijd op het belang van het bereiken van de inflatiedoelstelling van 2%. Dat kon de facto worden gelezen als een voorzichtige hint naar een naderende renteverhoging.
     
  • Hoog gewaardeerde groeisectoren zijn op de beurs traditioneel gevoelig voor rentebewegingen. Een meevallend Amerikaans PCE-inflatiecijfer over mei (kern-PCE +0,3% maand op maand) bracht weinig soelaas. Daarvoor blijft de onderliggende inflatiedruk te sterk.
     
  • Per saldo verloor de S&P 500 1,6%. Dat dit vooral een technologieverhaal was, blijkt uit de S&P 500 Equal Weighted. In die index krijgt elk aandeel hetzelfde gewicht (1/500), waardoor technologie veel minder zwaar doorweegt. Deze index wist juist 1,6% te stijgen. In Europa, dat eveneens minder gevoelig is voor technologieaandelen, bleef de Stoxx Europe 600 nagenoeg onveranderd.
     
  • Obligatiemarkten profiteerden van de volatiliteit op de aandelenmarkten. Zowel in de VS als in de eurozone (Duitsland) daalde de langetermijnrente. Lagere energieprijzen versterkten de neerwaartse rentebeweging. De Brent-olieprijs daalde met 10,7% tot $72 per vat. Daardoor nam ook de vrees voor mondiale stagflatie af: een combinatie van zwakke groei en hoge inflatie.
     
  • Aan het economische front was het nieuws overwegend positief. De Composite PMI-aankoopmanagersindex voor de VS, een soort gemiddelde van de scores voor de industrie en de dienstensector, bereikte het hoogste niveau in vijf maanden. In de eurozone kon diezelfde Composite PMI de kritische grens van 50 niet overschrijden, maar met 49,5 was de uitkomst toch iets beter dan verwacht. Ook de nieuwe Duitse Ifo-indicator, die het vertrouwen van Duitse ondernemers in de economie meet, was in absolute zin geen reden tot juichen. Toch overheersten ook hier de relatief positieve elementen.
     
  • Kortom: op basis van deze indicatoren lijken zowel de Amerikaanse als de Europese economie de hoge energieprijzen van de voorbije maanden al met al goed te verteren. Wel blijft de dynamiek in de eurozone zwakker dan aan de overkant van de oceaan, waar zowel de consument als de investeringen (onder meer in AI) de groei blijven ondersteunen.
     
  • Op de valutamarkten zette de dollar zijn opmars tegenover de euro voort. Die beweging werd ingezet na de eerder genoemde strenge toon van Fed-voorzitter Warsh en de toegenomen kans op Amerikaanse renteverhogingen. Tegelijk lijkt de kans op verdere monetaire verkrapping door de Europese Centrale Bank (ECB) juist wat af te nemen. Dat betekent niet dat de inflatie in de eurozone onmiddellijk zal terugvallen tot de doelstelling van 2%. Maar zolang de inflatieverwachtingen bij het publiek niet ontsporen en de loonontwikkeling onder controle blijft, kan de centrale bank het bij één, inmiddels doorgevoerde, renteverhoging houden.
     
  • Tijdens de tussentijdse volatiliteit op de aandelenbeurzen van de voorbije dagen nam de greenback opnieuw zijn traditionele rol als veilige haven op. De regelmatige onzekerheid van de afgelopen maanden over de onafhankelijkheid van de Federal Reserve en het mogelijke verlies aan vertrouwen in de dollar kunnen stilaan naar de prullenbak. Warsh zal een andere stijl hebben en andere accenten leggen dan zijn voorganger Powell, maar niets wijst er op dit moment op dat hij een marionet van het Witte Huis zou zijn. De Amerikaanse munt reageert daardoor opnieuw logisch op belangrijke factoren, zoals renteverschillen met andere regio’s.
     
  • De slotsom: vanuit een breed economisch perspectief kunnen beleggers vertrouwen hebben in de komende tijd. Dat vertrouwen moet wel steun krijgen van de aankomende kwartaalresultaten. Voorwaarde is uiteraard dat de heropflakkerende beschietingen in de Straat van Hormuz niet uit de hand lopen.

 

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

Verenigde Staten

  • Op de Amerikaanse macroagenda staat deze week het arbeidsmarktrapport over juni. Dat moet bevestigen dat de arbeidsmarkt er nog altijd degelijk voor staat. Ook de ISM Manufacturing-index, een graadmeter voor de activiteit in de Amerikaanse industrie, moet eenzelfde boodschap afgeven.
     

Eurozone

  • In de eurozone verwachten wij deze week het inflatiecijfer over juni. De cijfers zullen nog ruim boven de doelstelling van de centrale bank liggen en daar waarschijnlijk ook nog enige tijd blijven. Dat komt onder meer doordat de hogere energieprijzen sinds maart nog moeten doorwerken in de voedselprijzen. Zoals eerder aangegeven, kan de ECB daar mogelijk doorheen kijken.
     
  • De Economic Sentiment Indicator van de Europese Commissie, een graadmeter voor het vertrouwen van bedrijven en consumenten in de economie, zal in absolute termen waarschijnlijk op een laag niveau blijven. Toch kan de indicator nog enigszins positief verrassen, in lijn met de eerder genoemde PMI’s.

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 29 juni tot en met 03 juli

Publicatiedag Regio Publicatie van Periode Consensus
Maandag Eurozone Economic Sentiment Jun -17,7
Dinsdag China NBS Manufacturing Jun 50,3
    NBS Non-Manufacturing Jun 50,5
Woensdag China RatingDog PMI Manufacturing Jun 51,4
  Eurozone CPI YoY (flash) Jun 3,2%
    Kern-CPI YoY (Flash) Feb 2,6%
  VS ISM Manufacturing Jun 53,6
Vrijdag VS Nieuwe banen (non farm) Jun 90k
    Gemiddeld uurloon MoM Jun 0,2%
    Werkloosheid Jun 4,5%