27 juli 2026

Iran en VS staken aanvallen: olieprijs daalt en markten halen opgelucht adem

Financiële markten

  • De olieprijs daalde maandagochtend met 7% door een onverwachte gevechtspauze tussen de Verenigde Staten en Iran naar rond de $90. Beide landen zeggen voorlopig niet aan te vallen, zolang de andere partij dat ook niet doet.
     
  • Alle Europeze beurzen stond vanmorgen duidelijk in de plus en de indicatoren voor de Amerikaanse beurzen wijzen ook op groen gekleurde openingen.
     
  • Iran en Oman spraken dit weekend over een mogelijke heropening van de Straat van Hormuz. Deze belangrijke vaarroute was de afgelopen weken opnieuw door Iran gesloten.
     
  • Het staakt-het-vuren blijft broos, omdat eerdere afspraken al snel werden geschonden. Ook de Houthi-rebellen dreigen de scheepvaart via de andere zeestraat Bab al-Mandab,  waar olievervoer kan plaatsvinden, aan te vallen.
     
  • Afgelopen week liepen de spanningen in het Midden-Oosten sterk op door aanhoudende aanvallen over en weer. Door de escalatie liep de olieprijs snel op tot ongeveer $100 per vat. 
     
  • Zowel de Verenigde Staten als Iran heeft belang bij vrije vaarroutes in het Midden-Oosten en bij het voorkomen van al te hoge energieprijzen. De olie- en benzineprijzen in de Verenigde Staten liggen momenteel ongeveer 10% onder het mogelijke pijnpunt waarop begin juni enige ontspanning ontstond. Die rust blijft kwetsbaar.
     
  • Tegelijkertijd maakten beleggers zich zorgen over de hoge investeringen in kunstmatige intelligentie (AI) en de nieuwe Amerikaanse handelstarieven. Deze combinatie zorgde afgelopen week voor flinke schommelingen op de aandelenmarkten.
     
  • Toch hielden de beurzen goed stand. De S&P 500 eindigde per saldo onveranderd, terwijl de Stoxx Europe 600 zelfs 0,8% steeg. Sterke bedrijfscijfers boden daarbij steun.
     
  • In de VS heeft inmiddels bijna een derde van de ondernemingen resultaten bekendgemaakt. Daarvan overtreft 87% de verwachtingen. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025 ligt de winst van de bedrijven in de S&P 500 bijna 25% hoger.
     
  • In Europa komt de stroom aan bedrijfsresultaten traditioneel wat trager op gang. Toch liggen ook hier de resultaten die tot nu toe zijn gepubliceerd, vaak boven de verwachtingen. Kortom, ondanks de turbulente internationale omgeving blijven bedrijven goed presteren.
     
  • Op het gebied van AI blijven de investeringsplannen zich opstapelen, waardoor onder meer de orderboeken van halfgeleiderproducenten goed gevuld raken. Tegelijkertijd vragen de markten zich af of de investeringen van hyperscalers, de grootste aanbieders van clouddiensten, voldoende rendementspotentieel bieden.
     
  • Ook de lancering van Kimi 3, een krachtig Chinees AI-model, trok de aandacht in de technologiesector. Chinese modellen kenmerken zich door hun open karakter. Dat biedt gebruikers meer flexibiliteit en maakt het eenvoudiger om de modellen in hun eigen systemen te integreren. Bovendien zijn deze modellen aanzienlijk goedkoper dan hun westerse concurrenten. China liet daarmee zien dat de ontwikkeling van een eigen technologisch ecosysteem prioriteit krijgt. Ook staatsgerelateerde beleggers droegen bij aan het positieve beursklimaat door hun aandelenposities uit te breiden. Vooral technologieaandelen profiteerden daarvan.
     
  • In de VS vond de regering ondertussen een nieuwe wettelijke basis om importheffingen tot 12,5% op te leggen aan 60 landen. Een eerdere juridische grondslag was door het Hooggerechtshof verworpen, waardoor naar alternatieven moest worden gezocht. In afwachting daarvan hanteerden de VS een tijdelijk tarief van 10%, dat vrijdag afliep.
     
  • Met deze beslissing onderstreept president Trump zijn vertrouwen in handelstarieven. Ondernemingen passen zich daar inmiddels op aan, onder meer door hun logistieke ketens te verleggen. Daardoor ramen wij het effectieve importtarief momenteel op 6% tot 7%, duidelijk lager dan het tarief dat formeel mogelijk is.
     
  • Voor Europa is het nieuwe stelsel licht voordelig, terwijl Latijns-Amerika en Azië tot de verliezers behoren. Vooral Brazilië wordt hard geraakt: daar stijgt het gemiddelde effectieve tarief van 11% naar bijna 18%.
     
  • De combinatie van al deze ontwikkelingen wakkert bij beleggers de vrees voor inflatie opnieuw aan. De langetermijnrente steeg met 14 basispunten in de VS en met 6 basispunten in de eurozone, gemeten aan de Duitse rente. De risico-opslagen binnen de eurozone, onder meer voor Spanje, Italië en Frankrijk, bleven min of meer ongewijzigd.
     
  • In een omgeving met externe schokken, zoals hogere energieprijzen en handelsconflicten, staan centrale banken voor een dilemma. Enerzijds kan een hogere rente nodig zijn, terwijl die anderzijds het economische momentum verder zou afremmen. De ECB liet alvast niet in haar kaarten kijken. De beleidsrente bleef ongewijzigd en de toelichting op het monetaire beleid vanaf september bleef neutraal.
     

 

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

Eurozone

  • In de eurozone gaat de aandacht vooral uit naar de eerste ramingen van de inflatie in juli en de economische groei in het tweede kwartaal.
     
  • Ondanks de moeilijke internationale omgeving kan het groeibeeld al met al redelijk uitvallen. Dat neemt niet weg dat de groei in absolute zin matig blijft.
     
  • Hogere olie- en gasprijzen maken een einde aan het eerdere dalende inflatiepatroon.

 

Verenigde Staten

  • Na de ECB vorige week is het woensdag de beurt aan de Federal Reserve (Fed) om opnieuw over het monetaire beleid te vergaderen.
     
  • Waarschijnlijk blijft de rente ongewijzigd. Nu de energieprijzen weer oplopen, neemt de kans op een renteverhoging vanaf september echter toe. De markten rekenen in ieder geval op twee monetaire verkrappingen voor het einde van het jaar. Deze verwachtingen zijn zeer volatiel en bewegen mee met de olieprijs.
     
  • Ook de veerkrachtige economie houdt de prijsdruk in stand. Consumenten blijven geld uitgeven en ondernemingen blijven investeren in technologie. Donderdag krijgen wij een eerste indicatie van de economische groei in het tweede kwartaal.
     
  • De centrale bankiers zullen hoe dan ook een besluit moeten nemen zonder de PCE-inflatiecijfers voor juni te kennen. Die worden eveneens donderdag gepubliceerd. De vergelijkbare CPI-prijsindices wezen eerder al op een afnemende inflatiedruk. Onderliggend blijft de prijsdruk echter aanwezig. Bovendien ligt de inflatie nog ruim boven de doelstelling van 2%.

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 27 juli tot en met 31 juli

Publicatie dag Regio Publicatie van Periode Consensus
Maandag Duitsland IFO-indicator Jul 86,1
  VS Orders duurzame goederen MoM Jun 1,6%
Woensdag VS Feds-beleidsbijeenkomst    
Donderdag Eurozone BBP QoQ (flash) 2Q26 0,2%
    Economic Sentiment Jul 94,5
    Werkloosheid (flash) Jul 6,2%
  VS PCE-inflatie MoM Jun -0,1%
    PCE-kern-inflatie MoM Jun 0,1%
    BBP QoQ (geannualiseerd) 2Q26 2,3%
    Persoonlijke inkomens MoM Jun 0,3%
    Persoonlijke bestedingen MoM Jun 0,4%
Vrijdag China NBS PMI Manufacturing Jul 49,5
    NBS PMI Non-Manufacturing Jul 50,0
  Eurozone CPI-inflatie YoY (flash) Jul 2,9%
    CPI kern-inflatie YoY (flash Jul 2,4%