24 augustus 2026

Obligatiebeleggers eisen hogere vergoeding voor geopolitieke groeiende onzekerheid

 

Financiële markten

  • Afgelopen week eisten de obligatiemarkten de aandacht op. De tienjaarsrentes zetten hun opwaartse trend voort. Vooral de Amerikaanse dertigjaarsrente trok de aandacht. Die liep aan het begin van de week op tot 5,3%, een niveau dat in ruim 20 jaar niet meer was gezien. Dat zette de Amerikaanse minister van Financiën Bessent ertoe aan de aankopen van langlopende staatsobligaties te verhogen. Dit maakte echter weinig indruk op de markt.
     
  • De langetermijnrente wordt door verschillende factoren bepaald. Bij een normale rentecurve, waarbij de lange rente hoger ligt dan de korte rente, bestaat de lange rente uit het korte tarief, een vergoeding voor de verwachte inflatie gedurende de looptijd van de obligatie en een zogeheten “termijnpremie”. Dat laatste kan worden gezien als een compensatie voor onzekerheid.
     
  • Hoewel hogere energieprijzen doorgaans tot hogere inflatieverwachtingen leiden, zijn het momenteel niet die verwachtingen die de obligatierente opdrijven. Obligatiebeleggers rekenen zowel in de VS als in de eurozone voor de komende vijf jaar op een gemiddelde inflatie van rond de 2,2%. Dat ligt niet ver van de doelstelling van de respectieve centrale banken.
     
  • Het is juist de termijnpremie die de lange rente omhoogduwt. Beleggers willen dus een hogere vergoeding voor het risico dat zij hun geld langer vastzetten.  Daardoor stijgt ook de reële rente: de rente na aftrek van de gematigde inflatieverwachtingen.
     
  • Waarom stijgt de reële rente? Ten eerste draait de Amerikaanse economie goed, aangejaagd door massale investeringen in de technologiesector. Waar de grote technologiespelers deze investeringen eerder uit eigen middelen konden financieren, doen zij nu steeds vaker een beroep op de financiële markten. Er is dus veel vraag naar geld. Als de vraag naar geld stijgt, loopt ook de prijs ervan op. De rente is immers de prijs van geld.
     
  • Het is echter niet alleen de technologiesector die een fors beroep doet op de obligatiemarkten. Ook overheden blijven grote kredietnemers. Noch in de Verenigde Staten, noch in de eurozone worden overtuigende pogingen gedaan om de begrotingstekorten en overheidsschulden terug te dringen. De vergrijzing, hogere defensie-uitgaven en investeringen in klimaatadaptatie doen bovendien vermoeden dat de druk op de overheidsfinanciën niet snel zal afnemen. Daar komt het populistische politieke klimaat in veel landen nog bij, dat de begrotingsdiscipline niet bevordert.
     
  • Tot slot speelt ook de psychologie van beleggers een rol. Wij omschreven de termijnpremie eerder al als een compensatie voor onzekerheid. Die onzekerheid is de voorbije jaren allesbehalve afgenomen. Een belangrijke oorzaak is de veranderende geopolitieke omgeving. Die zorgt ervoor dat de wereld op politiek, economisch, militair en technologisch vlak steeds verder uiteenvalt. Het is dan ook logisch dat onzekere beleggers een hogere vergoeding eisen in de vorm van een hogere rente.
     
  • Toch moeten wij de huidige renteniveaus enigszins in perspectief plaatsen. Voor vergelijkbare niveaus van de reële rente moeten wij teruggaan naar de periode rond 2010. In het daaropvolgende decennium daalde de rente vrijwel onafgebroken. Dat was echter mede het gevolg van het uitzonderlijk ruime monetaire beleid van centrale banken, waaronder grootschalige programma’s voor het opkopen van obligaties, beter bekend als kwantitatieve verruiming. Dat beleid behoort inmiddels grotendeels tot het verleden.
     
  • Een hogere rente zorgt voor tegenwind op de financiële markten, ook voor aandelen. Afgelopen week moest de Amerikaanse S&P 500 1,4% prijsgeven. De minder rentegevoelige Stoxx Europe 600 ging 0,6% achteruit. Of die tegenwind aandelen langere tijd onder druk zal zetten, is echter een andere vraag. Zolang de economie in een degelijk tempo blijft groeien en de bedrijfswinsten verder toenemen, kunnen aandelenmarkten veerkracht tonen. Wat dat laatste betreft, volstaat een blik op de bedrijfsresultaten over het tweede kwartaal. Die waren niet alleen sterk, maar overtroffen ook ruimschoots de verwachtingen.
     
  • Bovendien bevestigden de inkoopmanagersindices (PMI’s) in de VS en de eurozone dat de economische groei degelijk blijft. Deze indices zijn gebaseerd op enquêtes onder inkoopmanagers en geven aan of de economie groeit of krimpt. Een stand boven de 50 wijst op groei en een stand onder de 50 op krimp. In de VS viel de index voor de industrie wat terug, terwijl die voor de dienstensector fors steeg. De index voor de hele economie wijst met een niveau van 56,8 op een stevige economische groei. In de eurozone steeg de index voor de industrie fors, terwijl die voor de dienstensector onveranderd bleef. De index voor de hele economie steeg voor de derde maand op rij en bereikte het hoogste peil sinds november vorig jaar.

     

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

Verenigde Staten

  • Blikvanger op de Amerikaanse macro-agenda deze week zijn de PCE-inflatiecijfers over juli. Op basis van de eerdere, vergelijkbare CPI-inflatiecijfers en de producentenprijzen verwachten wij geen uitkomst die een renteverhoging door de Fed in september opnieuw waarschijnlijker maakt, ook al zal de (kern)inflatie nog ruim boven de grens van 2% uitkomen.
     
  • Aan het eind van deze week start ook de jaarlijkse Jackson Hole-conferentie, de bijeenkomst van centrale bankiers in de Amerikaanse staat Wyoming. Daarbij wordt vooral uitgekeken naar wat Kevin Warsh te vertellen heeft. Of beter gezegd: óf hij iets zal vertellen. Warsh is geen voorstander van uitgebreide communicatie over het verwachte beleid van de centrale bank. Dat staat in contrast met zijn voorgangers, die Jackson Hole vaak gebruikten om grote strategische beleidswijzigingen min of meer aan te kondigen.
     
  • Warsh merkte tijdens de laatste beleidsvergadering van de Fed dat de financiële markten zijn nieuwe communicatiestijl maar matig konden waarderen. Wij verwachten echter geen bijsturing. Zeker omdat Warsh nog meer op eieren zal moeten lopen, gezien de eerder genoemde ontwikkeling van de langetermijnrente en de acties van Bessent om die tegen te gaan.

 

Eurozone

  • In de eurozone verschijnen de nieuwe Duitse IFO-indicator, die het ondernemersvertrouwen meet, en de Economic Sentiment Indicator (ESI) van de Europese Commissie.
     
  • Recente sentimentsindicatoren, zoals de PMI’s, laten een licht herstel zien. Onder meer doordat consumenten hun forse besparingen wat terugschroeven, houdt de Europese economie goed stand in de moeilijke internationale omgeving. Wij verwachten dat ook de IFO-index en de ESI dit zullen weerspiegelen.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 24 augustus tot en met 28 augustus

Publicatiedag Regio Publicatie van Periode Consensus
Dinsdag Duitsland IFO-indicator Aug 87,2
Woensdag VS PCE-inflatie MoM Jul 0,1%
    PCE kern-inflatie MoM  Jul 0,2%
    Persoonlijke inkomens MoM Jul 0,3%
    Persoonlijke bestedingen MoM Jul 0,2%
    Orders duurzame goederen Jul 0,7%
    BBP QoQ (geannualiseerd, 2de schatting) 2Q26 1,5%
Vrijdag Eurozone Economic Sentiment Aug 97,5