10 augustus 2026

Ontspanning van de olieprijs tempert verwachtingen over inflatie weer richting 2%

Financiële markten

  • Onder meer gedragen door nieuws vanuit het Midden-Oosten gingen aandelenmarkten afgelopen week hoger. De S&P 500 won 3,6%, de Europe Stoxx 600 1,7%. Ook de halfgeleidersector, die sinds eind juni in correctiemodus was gegaan, droeg opnieuw sterk bij (Philadelphia Semiconductor Index +9,2%). Net zoals een gematigd Amerikaans arbeidsmarktrapport, wat de kans op renteverhogingen verkleint, en  de aanhoudend sterke kwartaalcijfers.
     
  • Ondertussen heeft meer dan 80% van de Amerikaanse en Europese ondernemingen gerapporteerd. Exclusief de energiesector namen de winsten met respectievelijk 19% en 13% toe op indexniveau.
     
  • Een laatste ondersteunende factor was de dalende olieprijs (Brent -5%). Of de olieprijs nog verder neerwaarts potentieel heeft, hangt af van een hele reeks factoren. In de eerste plaats vanzelfsprekend geen nieuwe militaire escalatie. Het wantrouwen tussen Iran en de VS blijft groot. De status van het akkoord rond de doorgang door de Straat van Hormuz dat Iran en Oman naar verluidt hadden bereikt, is onduidelijk. En de Houthi’s vielen weer aan in Saudi-Arabië en de Rode Zee.
     
  • Ten tweede, ook de mate waarin de oorlog de productiecapaciteit in de Golfstaten heeft beschadigd, is niet duidelijk. Dan gaat het niet enkel over de productie van ruwe olie, maar ook over de raffinagecapaciteit.
     
  • Tot slot zijn er de lage voorraden, zowel commerciële voorraden als de voorraad die landen als strategische reserve aanhouden. De wens om deze weer aan te vullen zal de vraag naar olie volgend jaar aanjagen, wat op zijn beurt de prijs ondersteunt.
     
  • Kortom, een olieprijs van 60 dollar zoals bij de afgelopen jaarwisseling is onwaarschijnlijk. Zelfs als de druk geleidelijk uit het politieke kruitvat zou lopen. 
     
  • De ontspanning in de olieprijs tempert ondertussen wel  de inflatieverwachtingen. Markten prijzen voor de komende twaalf maanden weer een gemiddelde inflatie in rond de doelstellingen van centrale banken. Zowel in de eurozone als in de VS. Op zijn beurt betekende dat enige ontspanning op obligatiemarkten.
     
  • Met name voor de VS is dit goed nieuws. Na de beleidsvergadering van de Federal Reserve (Fed) tikte de 30-jaarsrente het hoogste peil sinds 2007 aan. Markten twijfelden enigszins aan de toewijding van Fed-voorzitter Warsh om de inflatiedruk aan te pakken. Om obligatiemarkten opnieuw gerust te stellen, zal de centrale bank moeten handelen na de zomer. In de veronderstelling natuurlijk dat het inflatieplaatje grotendeels ongewijzigd blijft.
     
  • Het recente economische nieuws in de VS schetst alvast een grotendeels positief plaatje. Zo waren de inkoopmanagersindices (ISM) degelijk. Vanuit de arbeidsmarktcijfers kwamen tegenstrijdige geluiden. Enerzijds bleken er in juli 23.000 banen verloren te zijn gegaan. Anderzijds blijft het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering gematigd. Per saldo lijkt de Amerikaanse arbeidsmarkt wel degelijk in evenwicht.
     
  • Op de valutamarkt kon de yen 3% à 4% appreciëren tegenover de dollar en de euro. Dit na de opvallende interventies van Japan en de VS. De laatste keer dat een dergelijke operatie plaatsvond was in 1998. 
     
  • Of dit veel zoden aan de dijk zet is echter de vraag. Onderliggend aan de aanhoudende zwakte van de Japanse munt liggen fundamentele factoren. Zoals de plannen voor een ruim fiscaal beleid van premier Takaichi, of de aarzeling bij de Bank of Japan (BoJ) om de rente verder op te trekken. Met name dit laatste element lijkt belangrijk.
     
  • Maar zelfs als de Japanse centrale bank het monetaire beleid aanschroeft, zal het renteverschil met bijvoorbeeld de VS aanzienlijk blijven. Zeker indien ook de Federal Reserve uiteindelijk haar eigen beleidsrente zou optrekken.


     

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

Verenigde Staten

  • Op de Amerikaanse macro-agenda deze week de inflatiecijfers over de maand juli. Vooral de kern-inflatie in de dienstensector lijkt hierbij relevant. Bij goederen lopen de opwaartse prijseffecten vanuit de importtarieven langzaam uit de vergelijkingscijfers, terwijl het algemene inflatiecijfer afhankelijk is van de volatiele energieprijzen.
     
  • Verder moeten de nieuwe cijfers over de kleinhandelsverkopen de bestedingsbereidheid van de consument bevestigen.

     

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 10 augustus tot en met 14 augustus
 

Publicatiedag Regio Publicatie van Periode Consensus
Woensdag VS CPI-inflatie MoM Jul 0,1%
  VS CPI kern-inflatie MoM Jul 0,2%
Donderdag Eurozone Industriële productie YoY Juni 0,0%
Vrijdag VS Kleinhandelsverkopen MoM Juni 0,1%
    Consumentenvertrouwen Juli 54,0
  Eurozone BBP QoQ (2de schatting) 2Q26 0,4%