3 augustus 2026

Sterke bedrijfswinsten bieden tegenwicht aan verdeeldheid van Fed over rentestand

Financiële markten

  • In de Verenigde Staten hield de Federal Reserve de beleidsrente ongewijzigd. Opmerkelijk was wel dat drie van de twaalf comitéleden voor een renteverhoging pleitten. Het aantal van drie tegenstemmen is tamelijk uniek.
     
  • Daarnaast zorgde de toelichting van Fed-voorzitter Warsh voor enige volatiliteit op de markten. Aanvankelijk benadrukte Warsh zijn vastberadenheid om de inflatiedoelstelling van 2% te halen. Even later zaaide hij echter twijfel over wat hij daar precies mee bedoelde. Zo lijkt hij aan te sturen op bredere, alternatieve prijsmaatstaven dan de consumentenprijsindex (CPI) en de prijsindex voor persoonlijke consumptieve bestedingen (PCE). Over welke maatstaven het precies gaat, bleef hij vaag. Is Warsh dan toch niet zo’n principiële inflatiebestrijder?
     
  • De markten stelden daarop hun verwachtingen voor toekomstige renteverhogingen neerwaarts bij. Hierdoor daalde de tweejaarsrente. Aan het lange uiteinde van de rentecurve was de beweging juist omgekeerd. De dertigjaarsrente bereikte ondertussen 5,28%, een niveau dat wij sinds 2006 niet meer hebben gezien. Daarmee geven beleggers blijk van enig wantrouwen in Warsh’ ambitie om de inflatiedoelstelling daadwerkelijk te halen.
     
  • Het is nu afwachten wat de beleidsvergadering van de Fed in september zal brengen. Het inflatiebeeld zou een monetaire verstrakking rechtvaardigen. De voor de Fed belangrijke PCE-index wees in juni nog altijd op een prijsdruk van 3,3% op jaarbasis, exclusief energie en voeding.
     
  • Tegelijkertijd blijft de Amerikaanse economie degelijk presteren. Hoewel de geannualiseerde groei van 1,5% in het tweede kwartaal op het eerste gezicht tegenviel, is het onderliggende beeld veel positiever. Lagere overheidsuitgaven en hoge importcijfers verhulden dat de binnenlandse vraag met 3,9% toenam. Dat was te danken aan consumenten, die geld blijven uitgeven ondanks de druk op hun koopkracht.
     
  • Ook de eurozone weerstond de hoge energieprijzen in het tweede kwartaal beter dan verwacht. De economie groeide met 0,4% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Vergeleken met een jaar eerder is de economie nu 1% groter. Dat komt overeen met het structurele, potentiële groeitempo van de eurozone.
     
  • Of deze economische ontwikkelingen ook de komende maanden standhouden, hangt vanzelfsprekend in belangrijke mate af van het verdere verloop van de situatie in het Midden-Oosten en de gevolgen daarvan voor de energieprijzen. De laatste berichten wijzen er alvast op dat er opnieuw overleg plaatsvindt. De olieprijs daalt richting $80 per vat.
     
  • In China onderstreepten de zwakke officiële PMI-cijfers opnieuw de matige binnenlandse economische dynamiek: de NBS Manufacturing PMI kwam uit op 49,2 en de NBS Services PMI op 49,0. De bijeenkomst van het Politbureau, waarvan stimuleringsmaatregelen werden verwacht, leverde nauwelijks concrete beleidsinitiatieven op.
     
  • Op de aandelenmarkten kreeg Europa afgelopen week steun van de weerbare economie. De Stoxx Europe 600 steeg met 0,7%. De S&P 500 had het aanvankelijk moeilijker. Opnieuw zorgde de technologiesector voor tegenwind. Sterke bedrijfsresultaten van Microsoft en een herstel in de chipsector duwden de Amerikaanse beurs uiteindelijk toch in de plus. De S&P 500 steeg met 1,1%. De gelijkmatiger gespreide S&P 500 Equal Weight noteerde de hele week in het groen en kende een rustiger verloop. Beleggers kijken verder dan alleen de technologiesector: de markt verbreedt.
     
  • Die verbreding wordt ondersteund door aanhoudend goede bedrijfsresultaten over het tweede kwartaal. De sterke winstgroei beperkt zich daarbij niet tot de technologiesector, noch in de VS, noch in Europa. De winstverwachtingen voor de komende twaalf maanden worden dan ook opwaarts bijgesteld. Dat biedt steun aan aandelen.

     

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

Verenigde Staten

  • Op de Amerikaanse macro-economische agenda staat deze week vooral het arbeidsmarktrapport over juli. Sinds april kwamen er gemiddeld 110.000 banen per maand bij. Hoewel dit cijfer onlangs neerwaarts werd herzien, schatten wij de Amerikaanse arbeidsmarkt nog steeds als stabiel in. Daarop wijzen de dalende trend in het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering en de stijgende trend in het aantal vacatures.
     
  • Verder verschijnen de ISM-inkoopmanagersindices voor zowel de dienstensector als de industrie. Die moeten het sterke beeld van de Amerikaanse economie bevestigen.

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 03 augustus tot en met 07 augustus

Publicatie dag Regio Publicatie van Periode Consensus
Maandag VS ISM Manufacturing Jul 54,0
  China RatingDog Manufacturing PMI Jul 51,5%
Woensdag VS ISM Services Jul 54,2
    RatingDog Services PMI   53,7
Donderdag Eurozone Kleinhandelsverkopen YoY Jun 0,9%
Vrijdag China Export YoY Jul 27,0%
    Import YoY Jul 36,0%
    Nieuwe banen (non farm) Jul 91k
    Gemiddeld uurloon MoM Jul 0,3%
    Werkloosheid Jul 4,2%