Bedrijfsobligaties lonken weer met rendement rond 4%
In het kort:
- Wij zijn positiever over solide bedrijfsobligaties in euro’s
- Aanvangsrendementen van circa 4% maken deze obligaties aantrekkelijker
- Vooral kortere en middellange looptijden bieden kansen
In een gespreide obligatieportefeuille passen Europese staatsobligaties, bedrijfsobligaties en obligaties van opkomende landen in harde valuta. Recent zijn wij wat positiever geworden over solide (investment-grade) bedrijfsobligaties in euro’s, vooral met korte en middellange resterende looptijden.
Economie draait goed
Er zijn een aantal redenen waarom wij in onze visie de weging van investment-gradebedrijfsobligaties in een gemiddelde beleggingsportefeuille verhogen naar een neutrale positie die past bij het risicoprofiel. In de eerste plaats blijft de economie in zowel Europa als de Verenigde Staten behoorlijk goed draaien, ondanks de aanhoudende onrust in het Midden-Oosten. De economie is weerbaarder dan gedacht.
In de tweede plaats staan bedrijven er goed voor. Belangrijke kredietmaatstaven, zoals de balansverhouding en de uitstaande nettoschuldpositie ten opzichte van de kasstromen, zijn de afgelopen jaren verbeterd en blijven al enige tijd stabiel. Met een redelijk draaiende economie verwachten wij hier voorlopig ook geen verandering in.
Ten derde zijn de rentestanden gestegen. Als gevolg van de inflatie door hoge energieprijzen zijn vooral korte en middellange rentes gestegen. Na twee eerdere renteverhogingen prijzen de markten nog eens twee tot drie renteverhogingen door de Europese Centrale Bank (ECB) in tot de zomer van 2027.
Ook is het extra rendement dat beleggers krijgen op bedrijfsobligaties ten opzichte van de Duitse staatsrente gestegen, waardoor de relatieve waardering van bedrijfsobligaties is verbeterd. Gecombineerd met hogere rentestanden zijn daardoor ook de aanvangsrendementen gestegen, zoals in onderstaande grafiek is te zien. Voor een gemiddeld bedrijfsobligatiemandje met alle looptijden ligt het aanvangsrendement nu op circa 4,3%. Voor een bedrijfsobligatiemandje met looptijden tussen één en drie jaar ligt dit rond 4,0%.
Hogere aanvangsrendementen voor bedrijfsobligaties
Korte en middellange looptijden
Wij zijn dus wat positiever geworden over deze bedrijfsobligaties. We leggen hierbij extra accent op bedrijfsobligaties met beperkte resterende looptijden. Enerzijds komt dit doordat vooral de rentevergoedingen op deze obligaties gunstiger zijn geworden, mede door de ingeprijsde ECB-renteverhogingen. Anderzijds zijn er nog wel kanttekeningen te plaatsen bij met name langerlopende bedrijfsobligaties.
Ten eerste is het huidige extra rendement boven de Duitse staatsrente in historisch perspectief nog altijd matig. De gemiddelde risico-opslag bedraagt momenteel circa 1,0 procentpunt, tegenover gemiddeld 1,3 procentpunt over de afgelopen 15 jaar. Wij verwachten overigens voorlopig geen recessie en sterk stijgende risico-opslagen. Een stijging van de risico-opslag heeft een drukkend effect op obligatiekoersen en omgekeerd.
Daarnaast investeren bedrijven in verschillende sectoren heel veel geld in kunstmatige intelligentie. Bedrijven kunnen soms nog deels interen op hun kaspositie, maar ze lenen in toenemende mate ook veel geld voor deze investeringen, onder meer via de uitgifte van (zeer) langlopende obligaties. Dit fenomeen kan de risico-opslagen de komende tijd wat opdrijven. Enerzijds komt er veel aanbod van nieuwe bedrijfsobligaties, anderzijds kan de kredietwaardigheid van deze bedrijven onder druk komen door het aangaan van meer schulden.
Beleggingsmogelijkheden
Er zijn veel mogelijkheden om het gewicht in solide euro-bedrijfsobligaties met beperkte resterende looptijden uit te breiden. We noemen er hieronder een aantal, waarvan de leningen van Linde, Veolia, ABN Amro, Continental en Ahold Delhaize ook zijn opgenomen in onze Voorkeursportefeuille Obligaties.
| Naam en uiterste aflosdatum | Isincode | Ratings S&P, Moody’s | Duration | Indicatief effectief rendement per jaar |
|---|---|---|---|---|
| Linde, 19 mei 2032 | XS2177021602 | A, A2 | 5,3 | 3,9% |
| Veolia, 9 september 2034 | FR001400SG71 | BBB, Baa1 | 6,7 | 4,5% |
| ABN Amro senior, 22 september 2032 | XS3185662676 | A, A1 | 5,3 | 4,0% |
| Deutsche Telekom, 6 februari 2031 | XS3528376877 | A-, A3 | 3,8 | 3,8% |
| St Gobain, 8 april 2030 | XS2796609787 | BBB+, Baa1 | 3,2 | 4,0% |
| Continental, 9 juni 2029 | XS3173656243 | Baa2 | 2,5 | 3,8% |
| Ahold Delhaize, 18 maart 2030 | XS2317288301 | BBB+, Baa1 | 3,3 | 3,7% |
Bron: LSEG, 6 oktober 2026. De leningen van Continental en Deutsche Telekom zijn verkrijgbaar vanaf €1.000. De rest heeft een minimale instap van €100.000.
Beleggers kunnen uiteraard ook kiezen voor een bedrijfsobligatiefonds. Het grote voordeel hiervan is dat zo’n beleggingsfonds veel verschillende obligatieleningen bevat, wat direct voor een brede spreiding zorgt. Hiervan is ook een variant met korte looptijden beschikbaar, te weten het Amundi fonds (zie ook hieronder). Meer hierover kunt u lezen in Beleggen in individuele obligaties of obligatiefondsen en Voordelen van het beleggen in bedrijfsobligatiefondsen.
De bedrijfsobligatiefondsen in onze Voorkeurslijst
- Het actief beheerde Kempen Euro Credit Fonds met een effectief rendement van circa 4,3% en een duration van 4,5 jaar
- Het marktvolgende iShares Euro Corporate Bond ESG SRI Index Fund met een effectief rendement van circa 4,1% en een duration van 4,1 jaar
- Het Amundi- fonds met bedrijfsobligaties met looptijden tot drie jaar, een effectief rendement van circa 3,9% en een duration van 1,4 jaar
De genoemde effectieve rendementen zijn indicatief en een momentopname.