Aangifte inkomstenbelasting 2025: 5 aandachtspunten

Vanaf 1 maart 2026 kun je aangifte inkomstenbelasting over 2025 doen. De aangifte is grotendeels vooraf ingevuld door de Belastingdienst, maar het is wel belangrijk om die vooraf ingevulde gegevens goed te controleren. Dat voorkomt dat je mogelijk te veel of te weinig belasting betaalt.

Waar moet je op letten als je aangifte doet? Ik bespreek vijf aandachtspunten.

1. Box 3

In box 3 wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Elke categorie heeft een eigen forfaitair rendement. Voor 2025 bedragen de forfaitaire rendementen: 1,37% voor banktegoeden, 5,88% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden.

 

Als het forfaitair rendement hoger is dan het werkelijk behaalde rendement, dan kun je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling in box 3. In de aangifte inkomstenbelasting 2025 is het voor het eerst mogelijk om direct het werkelijk rendement in box 3 door te geven. Die benodigde gegevens zijn niet vooraf ingevuld en moet je dus zelf invullen. De Belastingdienst beoordeelt of het werkelijk rendement inderdaad gunstiger is dan de forfaitaire heffing en legt de laagste aanslag op.

 

Naast het werkelijk behaalde rendement moet je ook enkele andere onderdelen in box 3 nog zelf invullen. Dit zijn drie voorbeelden daarvan:

Cryptovaluta

Cryptovaluta moet je opgeven in de categorie overige bezittingen in box 3. Van je cryptovaluta geef je de waarde in het economisch verkeer op 1 januari aan. Hierbij gebruik je, volgens de Belastingdienst, de koers van het gebruikte omwisselplatform.

 

Naar verwachting worden alle Europese aanbieders van cryptovaluta verplicht om jaarlijks informatie aan de Belastingdienst te verstrekken. Deze informatie kan door de Belastingdienst worden gebruikt om het cryptobezit te controleren.

Uitvaartverzekeringen

Heb je één of meerdere kapitaalverzekeringen die alleen uitkeren bij overlijden, zoals een uitvaartverzekering? En is de waarde van het verzekerd kapitaal van alle kapitaalverzekeringen bij elkaar hoger dan het vrijgestelde bedrag (€ 8.769 in 2025) per verzekerde? Dan moet je deze waarde zelf invullen bij je bezittingen in box 3. Maar als het totale bedrag in 2025 lager is dan € 8.769, dan hoef je deze verzekering(en) niet op te geven.

VvE-aandeel

Een aandeel in het reservefonds van de Vereniging van Eigenaren (VvE) is een bezitting in box 3. Sinds januari 2023 moet dit aandeel in de aangifte worden aangegeven bij de categorie ‘banktegoeden’. Het aandeel dat je moet opgeven, is afhankelijk van het breukdeel in de VvE. Vraag bij twijfel het bestuur of de beheerder van je VvE om de juiste gegevens.​

2. Excessief lenen: zelf rekening mee houden

In de aangifte inkomstenbelasting 2025 moeten eventuele excessieve leningen bij de eigen BV worden opgenomen. Het peilmoment is 31 december 2025. De grens voor excessief lenen is in 2025 € 500.000. Als je op die datum meer dan € 500.000 van je BV had geleend, moet je over dat meerdere belasting in box 2 betalen. Ook leningen aan verbonden personen, zoals (klein)kinderen en (groot)ouders, tellen mee boven een grens van € 500.000 per verbonden persoon. Eigenwoningleningen in box 1 tellen niet mee voor de grens van € 500.000. Maar voor eigenwoningleningen die vanaf 1 januari 2023 door de BV verstrekt zijn, geldt dan wel dat een hypotheekrecht moet worden gevestigd om die leningen niet mee te hoeven tellen.

 

Heb je in vorige jaren al box 2-heffing betaald over je excessieve lening? Dan hoef je over dat deel van de schuld niet nogmaals belasting te betalen in box 2. In dat geval tel je het bedrag van de schuld waarover je box 2-heffing hebt betaald op bij de grens van € 500.000.


Bij excessieve leningen geldt ook dat die niet automatisch door de Belastingdienst worden ingevuld in de aangifte. Houd hier dus rekening mee en zorg dat er voldoende liquide middelen zijn om de belastingaanslag te kunnen betalen.

3. Lijfrentepremieaftrek: benut eerst je reserveringsruimte

Heb je in 2025 lijfrentepremie betaald? Dan zie je die terug in de aangifte inkomstenbelasting. Onder voorwaarden is de lijfrentepremie aftrekbaar van je box 1-inkomen. Eén van de voorwaarden is dat je een pensioentekort hebt. Dit wordt berekend aan de hand van de jaarruimte. Voor de berekening van de jaarruimte heb je de volgende informatie nodig: inkomensgegevens 2024 en de factor A uit je pensioenoverzicht. Vervolgens kun je de jaarruimte in de aangifte berekenen. Tot dit bedrag kun je de lijfrentepremie in ieder geval aftrekken.

 

Heb je de afgelopen tien jaar niet al jouw jaarruimte benut? Dan heb je nog extra ruimte, de reserveringsruimte. Ook het bedrag van de reserveringsruimte kun je – tot maximaal € 42.108 (2025) – gebruiken voor lijfrentepremieaftrek. De reserveringsruimte vervalt na verloop van tien jaar. Het is daarom verstandig om eerst de reserveringsruimte te gebruiken en dan zoveel mogelijk van het oudste jaar.

4. Verdelen van de eigen woning

Is je aftrekbare hypotheekrente vrijwel gelijk aan het eigenwoningforfait? Dan is het belangrijk om te bekijken bij wie je de eigen woning opgeeft. In het verleden was het altijd aantrekkelijk om dit te doen bij de partner met het hoogste inkomen. Maar dat is nu anders.

Een voorbeeld
Je hebt een bruto-inkomen uit loondienst van € 85.000. Dan betaal je belasting in de hoogste schijf van box 1 (49,5%). De aftrekbare hypotheekrente is € 7.000 en je eigenwoningforfait is ook € 7.000. De belasting over het eigenwoningforfait is in dat geval € 3.465 en de besparing over de hypotheekrente is maar € 2.624. Die aftrek is over 2025 namelijk beperkt tot 37,48%. Per saldo betaal je dus € 841. Als je partner een inkomen heeft dat lager is dan ongeveer € 77.000, dan kun je de eigen woning beter bij je partner opgeven. Het belastingtarief waar het eigenwoningforfait tegen belast wordt, is dan namelijk gelijk aan het belastingtarief waartegen de rente afgetrokken wordt. Zo bespaar je € 841.

Ook als de aftrekbare kosten (rente, erfpachtcanon en dergelijke) hoger zijn dan de bijtelling van het eigenwoningforfait, kan het aantrekkelijk zijn om het negatieve saldo toe te rekenen aan de minst verdienende partner. Zeker als de minstverdienende partner een inkomen heeft dat tussen de € 28.406 en € 76.817 ligt. Dan is er namelijk nog een extra besparing, omdat er door de aftrek recht is op een hogere algemene heffingskorting.

 

In het aangifteprogramma kun je kiezen voor de optie om samen aangifte te doen. Als je daarvoor kiest, kun je vrij makkelijk de verdeling aanpassen om te kijken welke verdeling het meest optimale resultaat geeft.

5. Uitstel van aangifte

Lukt het je niet om de aangifte inkomstenbelasting vóór 1 mei 2026 in te dienen? Het is mogelijk om uitstel aan te vragen. Je moet er dan rekening mee houden dat de Belastingdienst rente in rekening brengt over de te betalen belasting. In 2026 bedraagt die belastingrente 5%. Deze rente wordt berekend vanaf 1 juli 2026 tot zes weken na de datum van de definitieve aanslag.

 

Wil je belastingrente voorkomen? Zorg dan dat de aangifte inkomstenbelasting of anders een verzoek om een voorlopige aanslag vóór 1 mei 2026 wordt ingediend.

 

Heb je vragen over het juist invullen van je aangifte inkomstenbelasting? Neem dan contact op met je fiscalist.

 

Geschreven naar de stand van zaken op 25 februari 2026.

Disclaimer

Dit artikel bevat alleen algemene informatie en geen persoonlijk advies. Wil je persoonlijk advies? Overleg dan met je fiscaal adviseur over de mogelijkheden.
Portret van Hanneke Kroonenberg, medewerker bij Van Lanschot Kempen

Auteur

Hanneke Kroonenberg

Hoofd Kenniscentrum

Phone06 23 29 75 27Emailj.kroonenberg@vanlanschotkempen.com