Uitspraak Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor niet-bezwaarmakers

Op donderdag 25 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in twee zaken van niet-bezwaarmakers tegen hun box 3-heffing. De staatssecretaris van Financiën had deze twee zaken geselecteerd om te toetsen in een zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure. De Hoge Raad heeft nu besloten dat er geen rechtsherstel komt voor niet-bezwaarmakers. Wat betekent dit voor jou?

Wat ging vooraf?

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het huidige box 3-systeem in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Dit zogenoemde kerstarrest leidt ertoe dat belastingplichtigen gecompenseerd moeten worden voor de jaren 2017 tot en met 2021. Het kabinet koos ervoor om alleen de 60.000 belastingplichtigen te compenseren die meegedaan hebben aan het massaal bezwaar over de jaren 2017 tot en met 2020. In mei 2022 oordeelde de Hoge Raad dat belastingplichtigen die te laat bezwaar hadden gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting vanaf belastingjaar 2017 niet worden gecompenseerd. In een Kamerbrief van september 2022 maakte de staatssecretaris bekend ook geen ambtshalve vermindering van box 3 toe te passen. De groep niet-bezwaarmakers kreeg dus geen rechtsherstel box 3.

Massaalbezwaarplusprocedure

Op aandringen van een aantal belangenorganisaties maakte de staatssecretaris in november 2022 bekend dat er voor de niet-bezwaarmakers toch een massaalbezwaarplusprocedure kwam. Zo is de Hoge Raad gevraagd of er wellicht toch recht bestaat op ambtshalve vermindering voor deze belastingplichtigen. Samen met de belangenorganisaties zijn vier gevallen geselecteerd die aan de rechter zijn voorgelegd. In twee gevallen is ervoor gekozen om deze direct aan de Hoge Raad voor te leggen. Als de Hoge Raad zou oordelen dat er compensatie moet komen, dan zou dit automatisch voor iedereen gelden.

De uitspraak: geen compensatie over de jaren 2017-2020

Advocaat-generaal Pauwels is van mening dat de niet-bezwaarmakers geen recht hebben op teruggave van box 3-heffing over de jaren 2017-2020. Hij adviseerde de Hoge Raad de cassatieberoepen ongegrond te verklaren. De Hoge Raad heeft dit advies opgevolgd in de uitspraak van 25 juni 2026 en geoordeeld dat er geen sprake is van discriminatie ten opzichte van de wel-bezwaarmakers. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden. Belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt, hebben daarom geen recht op ambtshalve vermindering van hun box 3-heffing. Alleen de belastingplichtigen die bezwaar hebben gemaakt, worden dus ook gecompenseerd voor de jaren voor 2020.

Wel compensatie voor de jaren na 2020

Voor de belastingjaren 2021 en later kan iedereen (met terugwerkende kracht) gebruikmaken van de tegenbewijsregeling voor de box 3-heffing. De aangifte inkomstenbelasting 2024 is overigens nog gedaan op basis van forfaitaire heffing. Het was namelijk niet mogelijk om in de aangifte over 2024 direct al te kiezen voor heffing op basis van werkelijk rendement. Hiervoor moest het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement (OWR)’ worden gebruikt. Vanaf belastingjaar 2025 maakt de tegenbewijsregeling wel onderdeel uit van de aangifte inkomstenbelasting en kun je het werkelijk rendement direct invullen bij de aangifte.

 

Het gebruik van de tegenbewijsregeling is niet in alle gevallen interessant, omdat het werkelijk rendement in een aantal gevallen hoger is dan de forfaitaire heffing. Bij werkelijk rendement mag je bijvoorbeeld geen rekening houden met het heffingvrij vermogen, maar wordt elke euro rendement belast. Ook wordt geen rekening gehouden met kosten, behalve met de rente van box 3-schulden. Bovendien moet je kijken naar het werkelijk rendement van jouw totale box 3-vermogen (dus niet per afzonderlijke bezitting). Dit kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat een waardedaling van een beleggingsportefeuille in een jaar wordt ”gecompenseerd” met een waardestijging van vastgoed in datzelfde jaar. De (on)mogelijkheden van de tegenbewijsregeling in box 3 zijn dus afhankelijk van je persoonlijke situatie. Overleg met je fiscalist of de tegenbewijsregeling interessanter voor jou is dan de forfaitaire heffing.

Toekomst box 3-stelsel

Het kabinet overweegt het box 3-stelsel te veranderen. In februari 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ aangenomen. Dit voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Daar wordt het aangehouden, omdat de Tweede Kamer heeft aangegeven komende Prinsjesdag nog met aanvullingen op het wetsvoorstel te komen. Of de Eerste Kamer de wet ‘Werkelijk rendement box 3’ gaat aannemen is nog de vraag. Bovendien is onduidelijk of de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2028 wordt gehaald.

Wat kan Van Lanschot Kempen voor je doen?

Wij blijven de ontwikkelingen van box 3 volgen en houden je op de hoogte via onze blogs. Wil je weten of je een beroep kunt doen op de tegenbewijsregeling, overleg dan met je fiscalist. Onze private bankers denken ook graag met je mee.

 

 

Geschreven naar de stand van zaken op 25 juni 2026.

Portret van Hanneke Kroonenberg, medewerker bij Van Lanschot Kempen

Auteur

Hanneke Kroonenberg

Hoofd Kenniscentrum

Phone06 23 29 75 27Emailj.kroonenberg@vanlanschotkempen.com

Niets missen over vermogensregie?

Meld je aan en ontvang automatisch nieuwe inzichten en artikelen van ons kenniscentrum. Afmelden kan op elk moment.
Ja, houdt mij op de hoogte

Disclaimer

Dit artikel bevat alleen algemene informatie en geen persoonlijk advies. Wil je persoonlijk advies, overleg dan met je fiscaal adviseur over de mogelijkheden.​

Kennis & Inspiratie voor Vermogensregie