Pensioen voor kaakchirurgen: hoe voorkom je een financiële terugval?
Hoe zit het pensioen van kaakchirurgen eigenlijk in elkaar?
Ben je vrijgevestigd kaakchirurg? Dan moet je zélf zorgen voor je aanvullende pensioenopbouw. Kaakchirurgen in loondienst bouwen meestal ook pensioen op via een pensioenfonds, zoals PFZW of ABP. Maar dat is vaak niet voldoende om je huidige levensstijl voort te zetten.
“Mijn praktijk is mijn pensioen” – of toch niet?
Vrijgevestigde kaakchirurgen zijn volledig zelf verantwoordelijk voor een aanvulling op hun AOW. Veel van hen hebben bij de start van hun praktijk geïnvesteerd in goodwill. Met als achterliggende gedachte dat deze investering bij verkoop weer wordt terugverdiend, zodat dit kan dienen als pensioenvoorziening.
Maar die zekerheid brokkelt af. De overheid en zorgverzekeraars kijken steeds kritischer naar goodwillbetalingen, en er is politieke druk om deze aan banden te leggen. De goodwill die ooit als pensioenvoorziening werd gezien, is allang geen vanzelfsprekendheid meer. Reken je dus niet rijk als een toekomstige verkoop van je praktijk je enige plan is. Het is verstandig om de regie te nemen over je pensioen en zélf aanvullend vermogen op te bouwen.
Loondienst biedt geen garantie op een comfortabel pensioen
Esther raadt aan: “Kijk eens hoe hoog jouw toekomstige pensioen is. Bijvoorbeeld met de Evi Pensioenscan. Daarnaast helpen wij je graag om inzicht te krijgen. In de praktijk zie ik bijvoorbeeld vaak dat het pensioeninkomen uitkomt op slechts 60% tot 70% van het fiscaal maximaal pensioengevend salaris. En dus op een nog veel lager percentage van iemands werkelijke salaris.”
Daarom is het verstandig – of zelfs noodzakelijk – om zelf aanvullend vermogen op te bouwen. “En hoe eerder je begint, hoe makkelijker het is om dat pensioentekort op te lossen", aldus Esther.
Wat kun je zelf doen?
Optie 1: slim pensioen opbouwen met een lijfrente
Een lijfrente is een populaire optie om zelf pensioen op te bouwen. Je kunt je inleg fiscaal voordelig laten groeien, waarmee je later een lijfrente-uitkering aankoopt. Zo wordt het opgebouwde bedrag uiteindelijk uitgekeerd als periodiek inkomen.
En er is goed nieuws. Sinds de Wet toekomst pensioenen (Wtp) van 2023 zijn de fiscale voordelen flink verruimd:
- Jaarruimte: je kunt maximaal €35.798 aftrekken bij een inkomen vanaf €138.000 bruto. Voorheen was dit slechts €13.570.
- Reserveringsruimte: je kunt je ongebruikte jaarruimte tot 10 jaar terug benutten. Dit was 7 jaar. Hier zit wel een maximumbedrag aan. In 2025 is dat €42.108 per jaar.
De voordelen van een bancaire lijfrente zijn:
- Je inleg als aftrekpost: je kunt je inleg opgeven in je belastingaangifte. Zo kun je die deels terugkrijgen. Dit zorgt voor een voordeel van wel 35,8% tot 49,5%. Bij de uitkering wordt er belasting geheven in box 1, maar meestal tegen een lager belastingtarief dan wanneer je werkt.
- Vrijstelling in box 3: je betaalt geen vermogensrendementsheffing over het opgebouwde vermogen op je lijfrenterekening. Dit is bij een gewone spaar- of beleggingsrekening wel zo.
- Erfgenamen: het opgebouwde kapitaal gaat bij overlijden vaak over naar je erfgenamen. Dit is niet zo bij een werkgeverspensioen.
- Uitkeren bij arbeidsongeschiktheid: onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om bij langdurige arbeidsongeschiktheid kapitaal eerder op te nemen, zonder nadelige fiscale gevolgen.
Let er wel altijd op dat de fiscale behandeling afhankelijk is van individuele omstandigheden en in de toekomst kan veranderen.
Er zitten óók een aantal spelregels aan een lijfrente:
- Het geld staat vast op een geblokkeerde rekening: je kunt je lijfrentevermogen niet tussentijds opnemen. Bij opname voor een ander doel (afkoop) wordt dit belast in box 1. Meestal tegen 49,5%, plus een extra heffing van 20% (revisierente). Hierdoor kan de totale belastingdruk oplopen tot in totaal bijna 70%. "Gebruik een lijfrente alleen als je zéker weet dat je het voor later wilt gebruiken," is daarom de tip van Esther.
- Beperkte uitkeermogelijkheden: het vermogen dat je opbouwt met een lijfrente, wordt in vaste bedragen (termijnen) uitgekeerd over een vooraf bepaalde periode. De uitkeringsperiode start doorgaans op je AOW-leeftijd. Wil je de uitkering al vóór je AOW-leeftijd laten beginnen? Dan geldt een aanvullende regel: de totale uitkeringsduur moet dan minimaal 20 jaar zijn, gerekend vanaf het moment dat je de AOW-leeftijd bereikt. Start je bijvoorbeeld 2 jaar vóór je AOW-leeftijd, dan moet de uitkeringsperiode in totaal minimaal 22 jaar zijn.
Optie 2: flexibel vermogen opbouwen
Optie 3: alternatieve vormen van vermogensopbouw
In deze blog gaan we dieper in op de verschillen tussen verschillende vormen van vermogensopbouw.
Wat kunnen wij voor jou betekenen?
Met de kosteloze Pensioenscan van Evi krijg je direct inzicht in jouw situatie. Daarnaast denken Evi's vermogenscoaches met je mee – zonder te adviseren. En ook ik help je graag om jouw mogelijkheden in kaart te brengen: een lijfrente, periodiek beleggen, zakelijk of privé. Zo kun je de juiste keuzes maken en later comfortabel van je pensioen genieten.
Neem contact op of start met de Pensioenscan. Want een goed pensioen begint met een goed plan.
Geschreven naar de stand van zaken op 29 september 2025.