Vordering op langstlevende ouder aflossen: wanneer is sprake van een schenking?
Vordering op de langstlevende ouder
Bij overlijden van een partner erft de langstlevende in veel gevallen alle bezittingen en schulden, terwijl de kinderen een onderbedelingsvordering op de langstlevende verkrijgen. Dit is bijvoorbeeld bij een wettelijke verdeling (er is geen testament) of als deze vorm van vererving in een testament is opgenomen. De vordering is meestal pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende en vaak renteloos, omdat de verschuldigde erfbelasting bij overlijden van de eerst stervende lager is.
Regelmatig krijg ik de vraag of de langstlevende ouder zo’n schuld aan de kinderen ook al eerder kan aflossen. Bijvoorbeeld omdat het kind eerder geld nodig heeft voor het kopen van een huis. In de meeste gevallen is dit mogelijk, tenzij in het testament anders is bepaald. De vervolgvraag is dan of eerder aflossen als een schenking wordt gezien.
Uit het kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst blijkt dat je eerst moet vaststellen of er sprake is van een schenking. Pas daarna kom je toe aan de vraag hoe die schenking wordt belast met schenkbelasting.
Werkelijke waarde van de vordering
Om vast te stellen of er sprake is van een schenking moet je de contante waarde van de vordering bepalen. De contante waarde is de werkelijke waarde van een vordering op het moment van aflossen. Een renteloze vordering ontvang je liever eerder dan later. Dan kun je op het ontvangen geld immers rendement maken. De contante waarde houdt rekening met dit gemiste rendement. Een renteloze vordering van € 100.000 die je pas volgend jaar kunt opeisen, heeft bij een te hanteren marktrente van 3% een waarde van € 97.087. Bij een rendement van 3% groeit €97.087 namelijk uit tot € 100.000 (€97.087 + € 2.913).
De contante waarde bereken je op basis van de statistische levensverwachting van de langstlevende en de marktrente. De marktrente stelt de Belastingdienst op het gemiddelde U-rendement* van het voorgaande jaar. In 2026 komt die uit op 2,593%. Is de samengestelde rente op de onderbedelingsvordering hieraan gelijk of hoger? Dan is er bij normale aflossing geen sprake van een schenking. Is de verschuldigde rente lager dan de marktrente, dan ontvangt het kind bij volledige aflossing meer dan de contante waarde en is er sprake van een schenking.
*Het U-rendement is het gemiddelde van de rente die de Nederlandse staat betaalt op staatsleningen die in de afgelopen tien jaar zijn uitgegeven.
Werkelijke waarde van de vordering
Om vast te stellen of er sprake is van een schenking moet je de contante waarde van de vordering bepalen. De contante waarde is de werkelijke waarde van een vordering op het moment van aflossen. Een renteloze vordering ontvang je liever eerder dan later. Dan kun je op het ontvangen geld immers rendement maken. De contante waarde houdt rekening met dit gemiste rendement. Een renteloze vordering van € 100.000 die je pas volgend jaar kunt opeisen, heeft bij een te hanteren marktrente van 3% een waarde van € 97.087. Bij een rendement van 3% groeit €97.087 namelijk uit tot € 100.000 (€97.087 + € 2.913).
De contante waarde bereken je op basis van de statistische levensverwachting van de langstlevende en de marktrente. De marktrente stelt de Belastingdienst op het gemiddelde U-rendement* van het voorgaande jaar. In 2026 komt die uit op 2,593%. Is de samengestelde rente op de onderbedelingsvordering hieraan gelijk of hoger? Dan is er bij normale aflossing geen sprake van een schenking. Is de verschuldigde rente lager dan de marktrente, dan ontvangt het kind bij volledige aflossing meer dan de contante waarde en is er sprake van een schenking.
*Het U-rendement is het gemiddelde van de rente die de Nederlandse staat betaalt op staatsleningen die in de afgelopen tien jaar zijn uitgegeven.
Fiscale waarde van de vordering
Voorbeeld
Stel een vader van 71 jaar heeft een renteloze schuld aan zijn kind van € 100.000. Als we uitgaan van een marktrente van 3% dan bedraagt de contante waarde ongeveer € 64.000 en de fiscale waarde € 58.000.
- Lost de vader de schuld af door € 64.000 aan het kind te betalen? Dan is er geen sprake van een schenking en is geen schenkbelasting verschuldigd.
- Lost de vader af door de nominale schuld (€ 100.000) aan het kind te betalen? Dan is er meer betaald dan de contante waarde. Daarmee is er sprake van schenking. Voor de schenkbelasting wordt deze schenking gesteld op de betaling (€ 100.000) minus de fiscale waarde (€ 58.000) = € 42.000 waarover het kind schenkbelasting is verschuldigd.
Of er schenkbelasting verschuldigd is, hangt dus van meerdere factoren af. Voordat je overgaat tot aflossing is het daarom verstandig om eerst een fiscalist, accountant of bijvoorbeeld notaris te raadplegen die de mogelijkheden met je doorneemt.