Wat zijn mijn lijfrentemogelijkheden als ondernemer en DGA?

Als ondernemer mag je zelf zorgdragen voor je inkomen na pensionering. Dit geeft de mogelijkheid om zelf keuzes te maken die passen bij jouw onderneming, jouw wensen en jouw toekomst. Het is niet meer mogelijk om een fiscale oudedagsreserve (FOR) of pensioen in de eigen BV op te bouwen. Mede daarom kiezen steeds meer ondernemers voor een bancaire lijfrente. Of je nu zzp’er bent, vennoot of directeur-grootaandeelhouder (DGA): de lijfrente kan een belangrijk onderdeel zijn van je oudedagsvoorziening.

In deze blog gaan we in op de belangrijkste mogelijkheden en aandachtspunten, zowel voor IB-ondernemers als DGA’s.

De IB-ondernemer

Jaarruimte en reserveringsruimte
De jaarruimte is meestal het vertrekpunt voor een lijfrente. Dit is het maximale bedrag dat je jaarlijks mag storten in een lijfrente. De jaarruimte wordt berekend op basis van je inkomen uit het voorgaande jaar. Voor ondernemers gaat het vooral om de winst uit onderneming vóór ondernemersaftrek, dus vóór bijvoorbeeld zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. De jaarruimte kan in 2026 oplopen tot € 35.589.

Lees hier meer toelichting over (het berekenen van) de jaarruimte en reserveringsruimte

Heb je jouw jaarruimte in eerdere jaren niet (volledig) benut? Dan ontstaat reserveringsruimte: de optelsom van niet-benutte jaarruimtes van de afgelopen tien jaar. In 2026 kun je op die manier maximaal € 42.753 inhalen, náást jouw jaarruimte. 

Aftrek van lijfrentepremies
De inleg in een lijfrente kun je aftrekken in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit is mogelijk tot maximaal de jaar- en reserveringsruimte. Je verlaagt daarmee je belastbaar inkomen nu. De lijfrente-uitkeringen worden later vaak tegen een lager belastingtarief belast. Bovendien kan je vermogen onbelast doorgroeien, omdat het buiten box 3 valt. Met de voorgenomen wijzigingen van box 3 wordt een lijfrente mogelijk nog interessanter.

Lees hier de voordelen en nadelen van opbouw in box 1 of box 3

Stakingswinst en lijfrente 
Bij verkoop of staking van je onderneming kan zogenoemde stakingswinst ontstaan, bijvoorbeeld door stille reserves, goodwill of de vrijval van de fiscale oudedagsreserve (FOR). Over deze stakingswinst ben je in principe inkomstenbelasting verschuldigd, mogelijk tegen het toptarief van 49,5%. Met een stakingslijfrente kun je die belastingheffing uitstellen: je zet (een deel van) de stakingswinst om in een lijfrente, de storting is aftrekbaar en de belastingheffing verschuift naar de jaren waarin je de lijfrente-uitkeringen ontvangt. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet de stakingslijfrente uiterlijk vóór 1 juli van het jaar na staking zijn ondergebracht in een lijfrente. 

In 2026 gelden de volgende maximumbedragen voor de stakingslijfrente:

  • Staak je jouw onderneming en heb je een leeftijd van 62 jaar of ouder, dan kun je maximaal € 574.867 als stakingslijfrente aftrekken.
  • Staak je tussen een leeftijd van 52 jaar en 62 jaar, dan ligt het maximum aanzienlijk lager, namelijk € 287.445.
  • Voor andere situaties bedraagt het maximum in principe € 143.732, tenzij de lijfrente direct gaat uitkeren.

Heb je in eerdere jaren al jaarruimte benut of een FOR gedoteerd? Of zijn er tijdens je ondernemerschap pensioenaanspraken ontstaan? Houd er dan rekening mee dat bovenstaande bedragen worden verminderd. Toch kan het interessant zijn om tijdens je ondernemersjaren al regelmatig gebruik te maken van je jaarruimte. Zo bouw je gespreid en stapsgewijs vermogen op, benut je de fiscale voordelen over meerdere jaren en vergroot je de kans op een passende oudedagsvoorziening. 

Fiscale oudedagsreserve (FOR)
Tot en met 2022 konden IB-ondernemers jaarlijks een deel van de winst toevoegen aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). Hiermee stelde je belastingheffing uit, maar bouwde je geen daadwerkelijk apart vermogen op. De FOR is eigenlijk een toekomstige belastingschuld. Sinds 2023 kun je niet langer nieuwe bedragen aan de FOR toevoegen. Een bestaande FOR mag wel op de balans blijven staan. De vraag is dan: wanneer en hoe zet je die papieren reserve om in een echte oudedagsvoorziening?

Een veelgebruikte route is het (geheel of gedeeltelijk) afstorten van de FOR in een lijfrente. De vrijval van de FOR wordt dan belast als winst, maar de storting in de lijfrente is als lijfrentepremie aftrekbaar. Het afstorten kan al tijdens de ondernemingsfase, maar moet uiterlijk bij staking. Zo verschuif je de belasting naar de periode waarin de lijfrente uitkeert. Je spreidt de belastingheffing en profiteert mogelijk van een lager tarief na je AOW-leeftijd. In de tussentijd kan het vermogen onbelast renderen (anders dan dat vermogen op de zakelijke rekening had gestaan). Daar staat tegenover dat het geld in principe vaststaat en moet worden voldaan aan de fiscale spelregels rondom uitkeren.

De DGA

Jaarruimte en reserveringsruimte
Als DGA kun je – net als IB-ondernemers – via jaarruimte en reserveringsruimte fiscaal gunstig lijfrentekapitaal opbouwen. De systematiek is hetzelfde als bij IB-ondernemers. Voor DGA’s gaat het vooral om het salaris dat je jezelf vanuit de BV uitkeert. Daarmee heeft de hoogte van je loon direct invloed op je lijfrentemogelijkheden. Een hoger salaris betekent meer jaarruimte, maar ook hogere belasting en eventueel Zvw-bijdrage. In de praktijk vraagt dit om een afweging tussen salaris, dividend, waardeopbouw in de BV en opbouw via lijfrente.

Oudedagsverplichting (ODV)
Tot 1 juli 2017 konden DGA’s pensioen in eigen beheer (PEB) opbouwen binnen de BV. Sinds 2017 is verdere opbouw van PEB niet meer mogelijk. Een bestaande PEB kon worden afgekocht, worden ondergebracht bij een externe verzekeraar of worden omgezet in een oudedagsverplichting (ODV). Veel DGA’s kozen destijds voor die laatste optie. Het kan dus goed zijn dat nog een ODV op de balans van de BV staat. Het is onder voorwaarden mogelijk om een ODV (deels) af te storten. Afstorten van de ODV in een lijfrente biedt flexibiliteit: een lijfrente kan namelijk eerder of later dan AOW-leeftijd worden gestart, of onder voorwaarden in een kortere looptijd worden uitgekeerd dan een ODV.

Wat kan Van Lanschot Kempen voor je doen?

Voor veel ondernemers en DGA’s is de bancaire lijfrente een belangrijk instrument om vermogen voor later op te bouwen. Onze private bankers denken hierover graag met je mee en betrekken waar nodig een lijfrentespecialist van Evi. Je kunt natuurlijk ook rechtstreeks contact opnemen met een Evi vermogenscoach.

Geschreven naar de stand van zaken van 1 juni 2026.
Neem contact op met een Evi vermogenscoach
Joeri van der Meer

Auteur

Joeri van der Meer

Sr. Associate Financial Advisory
Kenniscentrum

Emailjoeri.vandermeer@vanlanschotkempen.com

Disclaimer

Dit artikel bevat alleen algemene informatie en geen persoonlijk advies. Wil je persoonlijk advies, overleg dan met je fiscaal adviseur over de mogelijkheden.​