Prinsjesdag 2026: zes belangrijke aandachtspunten voor vermogende particulieren
Op Prinsjesdag 2026 heeft het nieuwe kabinet het Belastingplan 2027 gepresenteerd. De aanloop was opmerkelijk. De regeringspartijen D66, VVD en CDA werden het onderling niet eens over een aantal voorstellen, zoals de toekomst van box 3. Ook is er nog geen akkoord met de oppositie. Omdat het kabinet geen meerderheid heeft in de Tweede en Eerste Kamer, moet het de komende periode op zoek naar steun. Het is dus goed mogelijk dat de plannen nog wijzigen.
Wat zijn de plannen van het minderheidskabinet en wat betekenen ze voor jou als vermogende particulier? In deze blog noem ik zes belangrijke aandachtspunten.
1. Box 1: belastingtarieven en heffingskortingen
| Schijven | |||
|---|---|---|---|
Inkomen uit werk en woning | Tarief (tot AOW-leeftijd) | Tariefverschil met 2026 | |
Eerste schijf | ≤ € 39.247 | 36,23% | + 0,48% |
Tweede schijf | > € 39.247 - € 78.426 | 38,16% | + 0,60% |
Derde schijf | > € 78.426 | 49,50% | 0,00% |
2. Box 1: eigen woning
De hypotheekrente mag je sinds 2023 slechts aftrekken tegen maximaal het tarief van de tweede schijf in de inkomstenbelasting. Volgend jaar wordt dit tarief verhoogd van 37,56% naar 38,16%. In 2027 kun je de hypotheekrente dus aftrekken tegen een hoger maximaal percentage dan in 2026.
Het standaardpercentage van het eigenwoningforfait blijft 0,35% van de WOZ-waarde. Heb je in 2027 een eigen woning met een WOZ-waarde die hoger is dan € 1.360.000 (2026: € 1.350.000)? Dan blijft het percentage voor het deel boven dat bedrag, de zogenoemde villabelasting, ongewijzigd (2,35%).
De Wet Hillen geeft je een korting op het eigenwoningforfait als je geen of een kleine hypotheek op je woning hebt. Die korting wordt ieder jaar lager en zorgt voor een hogere bijtelling. Heb je geen hypotheek en is de WOZ-waarde van je woning bijvoorbeeld € 1.000.000? Dan moet je in 2027 € 1.152 eigenwoningforfait (32,933% x € 1.000.000 x 0,35%) bijtellen in box 1.
3. Box 3
Het uitgangspunt in box 3 blijft in 2027 een forfaitaire heffing over drie categorieën: ‘banktegoeden’, ‘overige bezittingen’ en ‘schulden’. De forfaitaire rendementen van de categorieën ‘banktegoeden’ en ‘schulden’ worden pas na afloop van het belastingjaar definitief vastgesteld. Voor de categorie ‘overige bezittingen’ wordt het forfaitair rendement naar verwachting 6,38% in 2027. Het tarief voor box 3 verandert in 2027 niet en blijft 36%. Daardoor betaal je afgerond 2,30% belasting (6,38% x 36%) over de waarde die je op 1 januari 2027 aan overige bezittingen hebt. Het heffingvrije vermogen per fiscaal partner gaat in 2027 omhoog naar € 60.098 (2026: € 59.357).
Naast het forfaitaire box 3-stelsel is er in 2027 een tegenbewijsregeling in box 3. Als het werkelijk rendement lager is dan het forfaitair rendement, wordt in box 3 uitgegaan van het lagere werkelijk rendement. Is het werkelijk rendement hoger, dan hoef je over het meerdere geen belasting in box 3 te betalen. De box 3-heffing wordt dus maximaal berekend over het forfaitair rendement.
Vanaf 2028 was het de bedoeling om belasting heffen in box 3 over het werkelijk rendement. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is in februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. De stemming in de Eerste Kamer is uitgesteld. Op Prinsjesdag heeft de Minister van Financiën in een aparte brief aangegeven dat het op dit moment niet lukt om een voorstel te doen dat kan rekenen op een breed draagvlak in het parlement. In deze brief schetst de minister de volgende vier scenario’s:
- Het huidige wetsvoorstel (hoofdregel: vermogensaanwas) wordt met een aantal aanpassingen het eindstation.
- Het huidige wetsvoorstel (hoofdregel: vermogensaanwas) wordt met een aantal aanpassingen een tussenstation en de vermogenswinstbelasting wordt het eindstation in 2030.
- Het huidige wetsvoorstel wordt ingetrokken en in 2030 wordt ineens de overstap gemaakt naar een vermogenswinstbelasting.
- De vermogenswinstbelasting voor vastgoed en start- en scale-ups wordt per 2028 uitgebreid naar alle financiële instrumenten (aandelen, obligaties, opties etc.). In 2030 wordt dan de overstap gemaakt naar een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen.
4. Salarisgrens lijfrente en pensioen
5. Schenk- en erfbelasting
| Bedrag | |||
|---|---|---|---|
Tariefgroep I Partner en kinderen | Tariefgroep IA Kleinkinderen | Tariefgroep II Overigen | |
€ 0 - € 162.795 | 10% | 18% | 30% |
≥ € 162.795 | 20% | 36% | 40% |
Doe je in 2027 een schenking? Dan hoeft de ontvanger niet meer binnen twee maanden aangifte schenkbelasting te doen (uiterlijk 1 maart 2028) maar binnen vier maanden (uiterlijk 1 mei 2028).
6. Overdrachtsbelasting
Voor woningen die de koper niet als hoofdverblijf gaat gebruiken daalt de overdrachtsbelasting per 1 januari 2027 van 8% naar 7%. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woningen bestemd voor de verhuur. Voor woningen die als hoofdverblijf dienen blijft het tarief 2% en voor bedrijfspanden en grond blijft het tarief 10,4%.
In 2027 stijgt de maximaal toegestane woningwaarde voor de startersvrijstelling van € 555.000 naar € 615.000. De startersvrijstelling geldt voor mensen tussen de 18 en 35 jaar die een eigen woning kopen. De waarde van de eigen woning mag dan niet hoger zijn dan € 615.000. Ook mag je deze startersvrijstelling niet al eerder hebben gebruikt.
Als de Eerste en Tweede Kamer met deze wetsvoorstellen akkoord gaan, gaat het Belastingplan 2027 per 1 januari 2027 in. De Tweede Kamer kan de voorstellen nog aanpassen. De stemming van de Tweede Kamer is gepland op 12 november 2026.
Wil je weten wat de wijzigingen in het belastingplan voor jou persoonlijk betekenen? Neem dan contact op met je fiscalist. Je private banker denkt natuurlijk ook graag mee.
Ben je een DGA? Lees dan ook onze blog ‘Prinsjesdag 2026: vijf belangrijke aandachtspunten voor de DGA’.
Geschreven naar de stand van zaken op 15 september 2026.
Prinsjesdag in 20 minuten
Prinsjesdag is voorbij, maar een akkoord over het Belastingplan is nog ver weg. Dat geldt al helemaal voor Box 3. Zolang er geen brede politieke steun is voor nieuwe wetgeving, blijft de toekomst van de belasting op vermogen onderwerp van debat.
Financieel journalist Maarten van der Pas spreekt met Bart Frohn van het Kenniscentrum over de belangrijkste fiscale plannen uit de Miljoenennota. Wat betekenen deze voorstellen voor particulieren, beleggers, vastgoedbezitters en dga's? “Particuliere beleggers moeten verschillende scenario’s voor box 3 in kaart brengen en niet overhaast handelen.”
In 20 minuten ben je weer helemaal bijgepraat.