Door de afgeblazen verkoop kreeg hij de tijd om opnieuw na te denken over bedrijfsopvolging binnen de familie. In de jaren daarna zag hij steeds duidelijker dat zijn kinderen gevoel hadden voor ondernemen. Ze leerden calculaties te maken, kregen kennis van de financiële kant van het bedrijf en ontwikkelden steeds meer inzicht in de bedrijfsvoering. "Als blijkt dat ze die berekeningen begrijpen, zelf kunnen maken en leren van hun fouten, dan krijg je het vertrouwen dat ze weten wat ze doen."
Anne-Wil werkte maandenlang in de loods en hielp mee met het vernissen van producten. Pieter junior stond dagelijks schotten te timmeren. “Voor een succesvolle bedrijfsoverdracht moeten de kinderen geaccepteerd worden door de medewerkers. Dat kun je niet afdwingen. Dat moet groeien." Het werk begon elke ochtend vroeg. Aan het einde van de dag gingen ze moe naar huis, met verf en zaagsel in hun haar. Zo leerden zij alle onderdelen van het bedrijf kennen en bouwden ze zelf hun eigen draagvlak op binnen de organisatie.

