12 oktober 2026

Frankrijk zorgt voor onrust, maar een nieuwe eurocrisis lijkt ver weg

Financiële markten

  • Meer van hetzelfde. Zo kunnen wij het sentiment op de financiële markten van afgelopen week grotendeels omschrijven. De olie- en obligatiemarkten eisten opnieuw de meeste aandacht op. Ondertussen bereikten de Amerikaanse aandelenmarkten op kousenvoeten nieuwe recordhoogtes.
     
  • Daarnaast bleven beleggers met argusogen naar Frankrijk kijken. Nadat presidentskandidate Marine Le Pen, die aan kop ligt in de opiniepeilingen, had verklaard het begrotingstekort drastisch te willen terugdringen, daalde de Franse lange rente tijdelijk. Uiteindelijk sloot die de week echter onveranderd af. Het renteverschil met Duitsland bedraagt daarmee nog steeds bijna 1,4 procentpunt. Een dergelijk niveau hebben wij sinds 2011 niet meer gezien.
     
  • Dat ook een populistische politica aandacht heeft voor de slechte begrotingscijfers, kan als positief worden beschouwd. Of haar voorstellen om de overheidsfinanciën op orde te krijgen realistisch zijn, is echter een andere vraag. Zo wil Le Pen onder meer snijden in de bijdragen aan de EU, iets waarover Frankrijk niet zomaar eenzijdig kan beslissen. Bovendien valt moeilijk in te zien hoe zij de begroting wil saneren en tegelijkertijd de pensioenleeftijd en de belastingen wil verlagen. Hoe dan ook, deze week bespreekt het Franse parlement de begroting voor 2027.
     
  • De renteperikelen drukten op de Europese aandelenmarkten. De Stoxx Europe 600 kon de Amerikaanse beurzen niet volgen en bleef stabiel. Vooral de financiële sector had het moeilijk. Europese bankaandelen verloren gemiddeld 2,5%, waarbij de Franse banken de grootste verliezen leden.
     
  • Dit alles roept herinneringen op aan de eurocrisis van 2011-2012. Destijds breidden de Griekse financiële problemen zich uit naar Portugal, Spanje en Italië. Daardoor kwamen ook banken in de problemen die veel staatsobligaties van deze landen op hun balans hadden staan.
     
  • Die herinneringen zijn begrijpelijk, maar de vergelijking verdient enige nuance. Ten eerste zijn de balansen van banken vandaag veel sterker dan destijds. Dat komt onder meer door strengere regelgeving. Bovendien waren banken in 2011 nog volop bezig met het verwerken van de gevolgen van de financiële crisis van 2008, die was ontstaan op de Amerikaanse vastgoedmarkt.
     
  • Daarnaast beschikken beleidsmakers vandaag over meer instrumenten om te voorkomen dat onrust op de obligatiemarkt van één land overslaat naar de rest van de eurozone. Dat betekent niet dat de Europese Centrale Bank (ECB) onmiddellijk zal overgaan tot het opkopen van obligaties, zoals zij de afgelopen vijftien jaar meermaals heeft gedaan. Maar alleen al het feit dat de centrale bank over die mogelijkheden beschikt, kan voor markten al ‘afschrikkend’ werken. 
     
  • Tot slot lijkt er bij een Franse tienjaarsrente van 4,8% al behoorlijk wat onzekerheid in de koersen verwerkt. Kort gezegd is de Franse economie diverser en sterker dan die van de Zuid-Europese landen die tijdens de eurocrisis van 2011-2012 in de problemen kwamen. Dat neemt niet weg dat de Franse politiek haar verantwoordelijkheid moet nemen.
     
  • Frankrijk zal de komende tijd dan ook hoog op de radar van beleggers blijven staan. Toch lijkt een vergelijking met de eurocrisis op dit moment overdreven. De recente sterke schommelingen van de Franse rente zijn bovendien deels het gevolg van portefeuilleaanpassingen door sommige beleggers. Dat proces is niet eindeloos en zal uiteindelijk tot rust komen.
     
  • Deze week verschuift de aandacht van beleggers ook naar de bedrijfsresultaten over het afgelopen derde kwartaal.
  • De verwachtingen zijn hooggespannen. Voor de S&P 500 wordt een winststijging van bijna 30% verwacht, terwijl de verwachte winstgroei voor de Stoxx Europe 600 in Europa tegen de 20% aanleunt. Zonder de energiesector blijft in Europa een verwachte winststijging van ongeveer 10% over. In de VS bedraagt de verwachte winstgroei zonder de technologiesector naar schatting nog zo’n 15%. Het wordt dus uitkijken naar wat de bedrijfsresultaten daadwerkelijk opleveren.
     

 

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

Verenigde Staten

  • Het belangrijkste punt op de Amerikaanse economische agenda deze week zijn de inflatiecijfers (CPI) over september. Het is afwachten in hoeverre de hogere energieprijzen doorwerken in de kerninflatie. De algemene inflatie zullen ze in ieder geval flink opdrijven.
     
  • Daarnaast worden de cijfers over de detailhandelsverkopen en de industriële productie in september bekendgemaakt. Die moeten het weerbare economische plaatje bevestigen.

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 12 oktober tot en met 16 oktober

Publicatiedag Regio Publicatie van Periode Consensus
Woensdag China Export YoY Sep

25,3%

    Import YoY Sep

23,5%

  VS CPI-inflatie MoM Sep

0,6%

    CPI-kerninflatie MoM Sep 0,2%
Donderdag VS Kleinhandelsverkopen MoM Sep 0,3%
  Eurozone Industriële productie MoM Aug 0,1
Vrijdag VS Industriële productie MoM Sep 0,1