26 oktober 2026

Winstgevendheid van AI, geopolitieke risico's en bedrijfscijfers houden beurzen in de greep

Financiële markten

  • ‘De mens, ge kunt daar niet aan uit’ is de titel van een bloemlezing uit het werk van de Vlaamse schrijver Gerard Walschap. Wel, hetzelfde, we krijgen er geen vat op, moeten wij soms constateren als het over financiële markten gaat.
     
  • Een van de belangrijkste vragen tijdens het resultatenseizoen over het derde kwartaal was of de investeringen in AI-infrastructuur hun momentum zouden vasthouden. Die investeringen zijn immers een belangrijke drijvende kracht achter het koersverloop van onder meer chipaandelen. Beleggers keken daarom vooral uit naar de investeringsplannen van de zogenoemde hyperscalers, grote technologiebedrijven die op grote schaal datacenters bouwen en beheren.
     
  • Een van die bedrijven is Meta, dat afgelopen week zijn kwartaalresultaten bekendmaakte. Naast degelijke cijfers presenteerde topman Mark Zuckerberg investeringsplannen aan de bovenkant van de eerder verwachte bandbreedte. Van een vertraging is dus geen sprake. Toch daalde de Philadelphia Semiconductor Index, een belangrijke graadmeter voor chipaandelen. Op het eerste gezicht lijkt dat een vreemde reactie. Ze illustreert echter de onzekerheid die al enige tijd op de markten heerst: zijn de enorme investeringen in AI überhaupt verantwoord?
     
  • Enerzijds vinden beleggers het positief dat de investeringen aanhouden, maar anderzijds willen zij zien dat er ook daadwerkelijk geld mee wordt verdiend. Die tweestrijd blijkt ook uit de koers-winstverhoudingen van de grote hyperscalers. In absolute zin zijn hun waarderingen gemiddeld nog altijd aan de hoge kant, wat wijst op vertrouwen in de toekomstige winstgroei. Vergeleken met de afgelopen tien jaar liggen die waarderingen echter vaak aan de onderkant van de historische bandbreedte. Dat wijst juist op enige terughoudendheid onder beleggers, die vermoedelijk nog wel enige tijd zal aanhouden.
     
  • Naast de technologiesector vroegen ook de inmiddels vertrouwde dossiers rond Frankrijk en het Midden-Oosten opnieuw de aandacht van beleggers.
     
  • Berichten dat de VS en Israël na de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen wellicht hun aanvallen op Iran zouden hervatten, dreven de prijs van Brent-olie op tot $117 per vat. Begin deze maand bedroeg die nog $95. Ook de Europese gasprijzen stegen fors, tot €93/MWh. Met de winter voor de deur kunnen deze hogere energieprijzen de Europese economie afremmen. Toch bevestigden de nieuwe inkoopmanagersindices (PMI), die via enquêtes de economische bedrijvigheid peilen, het beeld van een economie die matig groeit, maar al met al weerbaar blijft.
     
  • Het renteverschil tussen Franse en Duitse tienjarige staatsobligaties liep ondertussen op tot 170 basispunten. Dat kwam doordat de Franse rente steeg en de Duitse daalde. Die daling wees op een zekere risk-off sentiment onder beleggers, aangewakkerd door de ontwikkelingen in de technologiesector. Ook in de VS zochten beleggers veilige havens op. Daar zakte de rente op tienjarige staatsobligaties tijdelijk weer onder de 5%.
     
  • Toch verdient die risicoaversie enige nuance. Zo boekte de S&P 500 Equal Weight, waarin technologieaandelen minder zwaar doorwegen, een winst van 1,1%. Beleggers verlegden hun aandacht naar defensievere sectoren, zoals gezondheidszorg en nutsvoorzieningen. De brede S&P 500 daalde daarentegen licht, met 0,5%. In Europa verloor de Stoxx Europe 600 1,4%, onder druk van de politieke onzekerheid in Frankrijk en de stijgende olie- en gasprijzen.
     
  • Ondertussen stromen de kwartaalresultaten volop binnen. In de VS heeft bijna een kwart van de bedrijven in de S&P 500 zijn resultaten bekendgemaakt. Voorlopig schetsen die opnieuw een sterk beeld, met een winstgroei van 38% tegenover hetzelfde kwartaal in 2025. Dat is 5%-punt hoger dan verwacht. In alle sectoren overtreffen de cijfers de verwachtingen, met energie en informatietechnologie als uitschieters. In Europa heeft ongeveer 20% van de bedrijven in de Stoxx Europe 600 de boeken al geopend. Tot nu toe bedraagt de winstgroei slechts 3%, vooral door enkele tegenvallers bij individuele bedrijven. Het is echter niet ongebruikelijk dat de Europese winstcijfers geleidelijk verbeteren naarmate meer bedrijven hun resultaten bekendmaken.
     

 

Macro-economische ontwikkelingen

De (verwachte) cijfers

Verenigde Staten

  • Komende woensdag staat een nieuwe beleidsvergadering van de Fed op de agenda. De verwachting is dat de beleidsrente ongewijzigd blijft, ondanks de aanhoudende inflatiedruk. De inflatiecijfers voor september, gemeten aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI), vielen eerder hoger uit dan verwacht en wezen op een brede prijsdruk. Ook de prijscomponenten van de ISM- en PMI-inkoopmanagersindices, die de ontwikkeling van de inkoopprijzen bij bedrijven meten, bevestigden dit beeld.
     
  • Een ongewijzigde beleidsrente deze week sluit een nieuwe renteverhoging in december dan ook niet uit. Integendeel.
     
  • De markten houden momenteel nog rekening met twee à drie bijkomende renteverhogingen. Of het daadwerkelijk zover komt, valt af te wachten. Net als in de eurozone is er in de VS immers nauwelijks sprake van loongroei.
     
  • Bij haar rentebesluit kan de Fed alvast geen rekening houden met de meest recente PCE-inflatiecijfers, die de prijsontwikkeling van de Amerikaanse consumentenbestedingen meten. Die worden pas een dag later, op donderdag, gepubliceerd. Net als de CPI-cijfers zullen die naar verwachting bevestigen dat verdere renteverhogingen nodig zijn.
     
  • Daarnaast moeten de cijfers over de persoonlijke inkomens en consumentenbestedingen in september bevestigen dat de consument een belangrijke steunpilaar blijft voor de Amerikaanse economie. Donderdag krijgen wij ook een eerste raming van de economische groei in het derde kwartaal. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar de binnenlandse vraag, waarvan de groei rond de 5% zou kunnen uitkomen.

 

Eurozone

  • Ook de Europese Centrale Bank (ECB) vergadert deze week over het monetaire beleid. Net als in de VS verwachten wij geen wijziging van de beleidsrente, maar in december mogelijk wel een nieuwe renteverhoging.
     
  • Ook voor de eurozone houden de markten nog rekening met een drie bijkomende renteverhogingen. Zolang de hoge energieprijzen geen noemenswaardige tweederonde-effecten veroorzaken, lijkt ons die verwachting echter vrij fors.
     
  • De eerste raming van de economische groei in de eurozone over het derde kwartaal zal wellicht wijzen op een afzwakking van de groei. Zo vielen de detailhandelsverkopen en de industriële productie in augustus matig uit. Vooruitlopende indicatoren, zoals de PMI-inkoopmanagersindices en de Economic Sentiment Indicator, schetsen echter een relatief robuust beeld, ondanks de moeilijke internationale omstandigheden. De ontwikkeling van de gasprijzen blijft daarbij een belangrijke factor om in de gaten te houden.

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 26 oktober tot en met 30 oktober

Publicatiedag Regio Publicatie van Periode Consensus
Maandag Duitsland IFO-indicator Okt 90,0
Dinsdag VS Orders duurzame goederen MoM Sep 0,6%
Woensdag VS Fed-beleidsbijeenkomst    
Donderdag VS PCE kern-inflatie MoM Sep 0,3%
    PCE-inflatie MoM Sep 0,5%
    Persoonlijke inkomens MoM Sep 0,3%
    Persoonlijke bestedingen MoM Sep 0,3%
    BBP QoQ (geannualiseerd) 3Q26 3,2%
  Eurozone ECB-beleidsbijeenkomst Sep  
    Economic Sentiment Sep 97,2
Vrijdag Eurozone BBP QoQ (flash) 3Q26 0,3%