Box 3 vanaf 2028: voorlopig nog onduidelijk
Op Prinsjesdag 2026 hebben de Minister en de Staatssecretaris van Financiën een brief aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd over de toekomst van box 3. In die brief vraagt het kabinet de Eerste Kamer om de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan te houden. Er is onvoldoende draagvlak voor dit voorstel. De komende periode wil het kabinet met een nieuw voorstel voor box 3 komen dat op voldoende steun kan rekenen. In de brief worden vier mogelijke scenario’s geschetst. Er is nog geen definitieve keuze gemaakt.
In deze blog beschrijf ik eerst de achtergrond en de inhoud van het wetsvoorstel. Daarna bespreek ik de vier scenario’s voor box 3 en het verdere vervolg.
Achtergrond wetsvoorstel
De wens is om in box 3 belasting te gaan heffen over het werkelijk rendement in plaats van over een forfaitair rendement. Hiertoe heeft het vorige kabinet in 2025 het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ingediend.
In dit wetsvoorstel geldt vanaf 2028 als hoofdregel een vermogensaanwasbelasting. Dit houdt in dat jaarlijks belasting geheven wordt over de reguliere voordelen uit vermogen (zoals rente en dividend) en de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen in het betreffende jaar (zoals koerswinst of koersverlies). Voor vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups geldt als uitzondering een vermogenswinstbelasting. Dit houdt in dat de waardeontwikkeling pas bij realisatie (zoals verkoop) wordt belast, in plaats van jaarlijks. In ons eerdere blog lees je hier meer over.
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Daarna is veel kritiek op het voorstel gekomen. Het kabinet heeft toen aangegeven met verbeteringen te willen komen. Op Prinsjesdag 2026 zou een voorstel met aanpassingen (een novelle) worden gepresenteerd. In afwachting daarvan heeft de Eerste Kamer de stemming over het wetsvoorstel uitgesteld. De regeringspartijen D66, VVD en CDA werden het echter niet eens over de toekomst van box 3. Een concreet voorstel is er daarom niet gekomen.
Vier scenario’s voor box 3
Op Prinsjesdag 2026 verscheen slechts een brief met vier mogelijke scenario’s voor de toekomst van box 3.
Scenario 1: vermogensaanwasbelasting per 2028 met eventuele aanpassingen
In dit scenario wordt het bestaande wetsvoorstel gewoon per 2028 ingevoerd. Het voorstel wordt daarbij mogelijk wel op een aantal punten verbeterd, zoals achterwaartse verliesverrekening, verlaging van het belastingtarief en verhoging van het heffingsvrije resultaat.
Scenario 2: vermogensaanwasbelasting per 2028 en vermogenswinstbelasting per 2030
In het tweede scenario wordt het bestaande wetsvoorstel per 2028 ingevoerd als tussenstap. Vanaf 2030 wordt dan overgestapt naar een vermogenswinstbelasting.
Scenario 3: vermogenswinstbelasting per 2030
In het derde scenario wordt het bestaande wetsvoorstel ingetrokken. Het huidige forfaitaire box 3-stelsel, inclusief de tegenbewijsregeling, blijft dan langer van toepassing. Per 2030 wordt in één keer de overstap gemaakt naar een vermogenswinstbelasting.
Scenario 4: vermogenswinstbelasting grotendeels per 2028 en volledig per 2030
In het laatste scenario wordt het bestaande wetsvoorstel aangepast, zodat de vermogenswinstbelasting ook gaat gelden voor financiële instrumenten (zoals aandelen, obligaties, en opties). Vanaf 2028 geldt dan voor de meeste vermogensbestanddelen in box 3 (ongeveer 90%) een vermogenswinstbelasting. Per 2030 gaat voor alle vermogensbestanddelen een vermogenswinstbelasting gelden.
Budgettaire derving en dekking
Hoe nu verder?
Het kabinet wil de komende periode met de Tweede en Eerste Kamer in gesprek over de mogelijke oplossingsrichtingen. Alle oplossingsrichtingen hebben voor- en nadelen, budgettaire gevolgen en consequenties voor de uitvoering. De wens is om dit jaar nog met duidelijkheid te komen. Of dat gaat lukken is de vraag. Uiterlijk bij de voorjaarsnota 2027 (die op zijn laatst 1 juni 2027 moet zijn ingediend) zal een besluit over box 3 te hebben moeten zijn genomen.
De toekomst van box 3 blijft voorlopig dus nog onduidelijk. Het is niet alleen onzeker welke oplossingsrichting wordt gekozen, maar ook of de genoemde jaartallen worden gehaald. Van Lanschot Kempen heeft eerder in de Eerste Kamer gepleit voor duidelijkheid op korte en lange termijn.
Wat kan Van Lanschot Kempen voor je doen?
Geschreven naar de stand van zaken op 18 september 2026
Prinsjesdag in 20 minuten
Prinsjesdag is voorbij, maar een akkoord over het Belastingplan is nog ver weg. Dat geldt al helemaal voor Box 3. Zolang er geen brede politieke steun is voor nieuwe wetgeving, blijft de toekomst van de belasting op vermogen onderwerp van debat.
Financieel journalist Maarten van der Pas spreekt met Bart Frohn van het Kenniscentrum over de belangrijkste fiscale plannen uit de Miljoenennota. Wat betekenen deze voorstellen voor particulieren, beleggers, vastgoedbezitters en dga's? “Particuliere beleggers moeten verschillende scenario’s voor box 3 in kaart brengen en niet overhaast handelen.”
In 20 minuten ben je weer helemaal bijgepraat.