Lijfrente als extra pensioenpot: kansen voor professionals in de zorg
AOW: de basis
Pensioen: niet altijd verplicht
In het verleden waren tandartsen veelal verplicht om pensioen op te bouwen via het ‘Pensioenfonds voor Tandartsen en Tandarts-specialisten’ (SPT). Tegenwoordig is er voor de meeste tandartsen geen actieve, verplichte pensioenopbouw meer.
Wie geen pensioen opbouwt, is daardoor in eerste instantie aangewezen op de AOW en het eigen vermogen. Voor praktijkhouders wordt de latere verkoop van de praktijk nog altijd gezien als de voornaamste oudedagsvoorziening. Dat kan goed uitpakken, maar het is ook een risico. Zo hangen de opbrengst en overdraagbaarheid van de praktijk bijvoorbeeld sterk af van de markt op dat moment. Een aanvulling van het oudedagsinkomen via een bancaire lijfrente kan daarom voor tandartsen waardevol zijn.
Dierenartsen hebben in veel gevallen te maken met een beroepspensioenfonds. Zo regelt Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen (SPD) het pensioen voor dierenartsen die werken bij een praktijk of die als zelfstandig dierenarts zijn gevestigd. Dat geeft een belangrijke basis.
Bij dierenartsen met een hoger inkomen, een eigen praktijk of wisselende arbeidsvormen is de vraag of het verplichte pensioen voldoende is en aansluit bij het gewenste inkomen na pensionering. Een bancaire lijfrente kan dan dienen als aanvulling op het beroepspensioen.
Medisch specialisten bouwen vaak pensioen op bij een pensioenfonds, zoals het ‘Pensioenfonds Medisch Specialisten’ (SPMS), PFZW of ABP. Toch kan ook bij deze groep een duidelijk verschil ontstaan tussen het inkomen tijdens de loopbaan en het inkomen na pensionering. Dat komt onder meer doordat de pensioenopbouw begrensd is en de uiteindelijke uitkomst afhangt van leeftijd, gewerkte uren, werkvorm en een eventuele deeltijdfactor.
Voor medisch specialisten is een bancaire lijfrente niet altijd de primaire pensioenvoorziening, maar kan wel degelijk van waarde zijn als aanvulling om tot het gewenste oudedagsinkomen te komen.
Voor apothekers zijn er twee pensioenfondsen: het ‘Pensioenfonds Openbare Apothekers’ (SPOA) voor zelfstandige openbare apothekers en het ‘Pensioenfonds Medewerkers Apotheken’ (PMA) voor apothekers in loondienst. Tussen beide pensioenfondsen bestaan belangrijke verschillen. Het is dus belangrijk om te checken hoe je pensioen precies is geregeld.
Als je pensioenopbouw lager is dan gewenst, kan een bancaire lijfrente een waardevolle aanvulling zijn. Apothekers met een BV kunnen ook een bredere afweging maken tussen vermogen opbouwen in de BV en fiscaal gefaciliteerde lijfrente-opbouw.
Nagenoeg alle huisartsen in Nederland zijn aangesloten bij pensioenfonds ‘Huisarts & Pensioen’. Dat geeft een goede basis. Maar tussen praktijkhouders, waarnemers, huisartsen in loondienst en huisartsen die via een BV werken, kunnen grote verschillen bestaan in inkomen, deelname en eerdere pensioenopbouw.
Als er verschil zit tussen het verwachte pensioeninkomen en het gewenste inkomen later, kan een bancaire lijfrente helpen om dat gat te dichten.
De pensioensituatie voor een zorgprofessional is sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie. De belangrijkste vraag is of het verwachte pensioeninkomen aansluit bij het gewenste inkomen na pensionering. Een pensioencheck maakt inzichtelijk welk deel van het inkomen al is afgedekt en waar nog ruimte voor aanvulling bestaat. Doe hier jouw pensioencheck bij Evi.
Wat is een bancaire lijfrente?
Een bancaire lijfrente is een geblokkeerde spaar- of beleggingsrekening bij een bank. Het geld op deze rekening is bedoeld voor de oude dag en kun je niet zomaar eerder opnemen (zonder fiscale gevolgen). Het geld moet je dus voor langere tijd kunnen missen.
Met een lijfrente bouw je met belastingvoordeel vermogen op voor je toekomstige oudedagsinkomen. De inleg is aftrekbaar in box 1 (tegen maximaal 49,5%), voor zover je beschikt over jaar- en/of reserveringsruimte. Je kunt je jaarruimte eenvoudig uitrekenen met de tool van Evi of via de rekentool van de belastingdienst.
Een lijfrente is niet belast in box 3, zodat het vermogen tussentijds onbelast kan doorgroeien. Op een later moment zet je het opgebouwde vermogen om in periodieke lijfrente-uitkeringen die belast zijn in box 1. De uitkeringen starten in principe rond de AOW-leeftijd, maar eerder of later uitkeren is onder voorwaarden mogelijk. Lees hier meer over de mogelijkheden van het uitkeren van een lijfrente.
Kom je onverhoopt te overlijden? Dan komt bij een bancaire lijfrente het resterende vermogen toe aan je erfgenamen. Bovendien geldt bij overlijden dat een lijfrente voor je erfgenaam is vrijgesteld van erfbelasting.
Bancaire lijfrente of beleggen in box 3?
Een bancaire lijfrente is niet de enige manier om vermogen voor later op te bouwen. Aanvullend sparen of beleggen in box 3 of via de eigen BV geeft meer flexibiliteit, omdat het vermogen vrij beschikbaar blijft. Daar staat tegenover dat die route niet dezelfde fiscale voordelen biedt.
Voor veel professionals in de zorg zal de meest passende oplossing niet bestaan uit óf een lijfrente óf vrij vermogen, maar uit een combinatie. De lijfrente is dan bedoeld voor het latere inkomen; vrij vermogen biedt flexibiliteit voor andere doelen, zoals eerder stoppen met werken, een sabbatical, een investering of extra financiële ruimte vóór de AOW-leeftijd.
Wat kan Van Lanschot Kempen voor je betekenen?
Bij Van Lanschot Kempen helpen we zorgprofessionals om hun jaarruimte optimaal te benutten via Evi Persoonlijk Pensioen: een bancaire lijfrente op basis van beleggingen. Daarnaast biedt Evi Persoonlijk Vermogensbeheer een mooie oplossing om periodiek te beleggen in box 3.
Evi's vermogenscoaches met je mee – zonder te adviseren. En ook ik help je graag om jouw mogelijkheden in kaart te brengen: een lijfrente, periodiek beleggen, zakelijk of privé. Zo kun je de juiste keuzes maken en later comfortabel van je pensioen genieten.
Neem contact op of start met de Pensioenscan. Want een goed pensioen begint met een goed plan.
Geschreven naar de stand van zaken van 28 september 2026.
